Ook AFM is bezorgd over nepnieuws

fake-news-covf-272x186

Niet alleen Donald Trump,  minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) en de Europese Unie maken zich kwaad dan wel bezorgd over fake news. Ook toezichthouder AFM waarschuwt voor de verspreiding van nepnieuws. Zogeheten boilerrooms zouden nieuwsdiensten gebruiken om hun oplichterspraktijken in een legitiem daglicht te stellen.

 

Ook AFM is bezorgd over nepnieuws

In 2017 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor 15 boilerrooms gewaarschuwd, een verzamelnaam voor frauduleuze personen en organisaties die, met gehaaide verkopers, potentiële beleggers telefonisch benaderen met een aanlokkelijk investeringsaanbod.  De AFM constateert dat boilerrooms daarbij gebruik maken van nepnieuws om zo bij beleggers betrouwbaar en legitiem over te komen. De malafide organisaties zouden steeds vaker nepnieuws publiceren via de sociale media en deze berichten worden volgens de toezichthouder  overgenomen door nieuwsdiensten.

 

Gefingeerde analyses

Verder ziet de AFM dat boilerrooms vaker gebruik maken van gefingeerde analyses over bekende aandelen. In 2017 heeft de AFM ook weer signalen ontvangen over gedupeerden van boilerrooms. Mensen worden gebeld door andere fraudeurs die zich voordoen als (juridisch) adviseur en die hen zogenaamd willen helpen om het verloren geld terug te krijgen en de boilerroom te ontmaskeren. Aan de beleggers wordt gevraagd om, voorafgaand aan de geboden hulp, een fors bedrag over te maken voor de kosten. Beleggers krijgen echter geen hulp en kunnen fluiten naar hun geld.

 

8 nieuwe boilerrooms

De AFM heeft het afgelopen half jaar 8 nieuwe boilerrooms op haar waarschuwingslijsten opgenomen. Een onderzoek van de AFM zelf kan leiden tot een waarschuwing. Ook neemt de AFM waarschuwingen over van buitenlandse toezichthouders.

 

Bron AM Web 25 januari 2018

Kifid: ‘ASR moet overlijdensrisicodekking van ruim € 90.000 betalen’

KIFID_logo_2015

Nadat de ex-partner van een consument is overleden, keert verzekeraar ASR aan de consument ruim € 17.000 euro uit, wat neerkomt op 110% van de waarde van de verzekering. Dit is de overlijdensrisicodekking, die is verlaagd als gevolg van het premievrij-maken van de verzekering. De klaagster, die medeverzekerde is, betwist dat de verzekering premievrij is gemaakt. Zij maakt aanspraak op het aanzienlijk hogere verzekerde bedrag van ruim € 90.000, zoals vermeld staat op het laatste polisblad. De Geschillencommissie van Kifid concludeert dat op het moment van overlijden van de ex-partner de overlijdensrisicodekking ruim € 90.000 bedraagt en oordeelt dat ASR alsnog het resterende bedrag moet uitbetalen.

 

Kifid: ‘ASR moet overlijdensrisicodekking van ruim € 90.000 betalen’

De verzekeraar heeft volgens het klachteninstituut onvoldoende kunnen aantonen dat de verzekering al voor het overlijden van de ex-partner daadwerkelijk premievrij was gemaakt.

 

Beleggingsverzekering

De ex-partner heeft sinds 1990 een beleggingsverzekering met een overlijdensrisicodekking. In 1998 wordt de consument medeverzekeringnemer en medeverzekerde. Man en vrouw, dan nog partners, voldoen de jaarlijkse premies en daarnaast een aantal koopsommen. In het voorjaar van 2014 beëindigen de partners hun samenlevingsovereenkomst. In het voorjaar van 2015 vraagt de ex-partner de verzekeraar om de polis premievrij te maken en de naam van de consument van de polis te verwijderen. De ex-partner stuurt eind juni 2015 een getekend verzoek tot premievrijmaking terug aan de verzekeraar. Verzekeraar geeft op 2 juli 2015 een nieuw polisblad af. Hierop is de consument nog steeds als begunstigde van de uitkering vermeld en bedraagt het verzekerd kapitaal ruim € 90.000. Op het polisblad staat vermeld dat vanaf 1 februari 2016 geen premie meer is verschuldigd.

 

Polisblad versus ‘verzoek premievrijmaking’

Duidelijk is dat op het moment dat de ex-partner overlijdt in het najaar van 2015 de polis niet was aangepast aan de wensen van de ex-partner. Namelijk: het aanpassen van de hoge overlijdens-risicodekking en de consument als begunstigde schrappen. Vast staat ook dat de consument haar ex-partner reeds lang had gemachtigd om -mede namens haar- alle verzekeringsnemersrechten uit te oefenen. De ex-partner kon dus buiten de consument om de levensverzekering premievrij maken, met als gevolg dat de overlijdensrisicodekking werd verlaagd naar 110% van de waarde van de verzekering.

 

Centrale vraag voor de Geschillencommissie is of de klaagster terecht aanspraak maakt op een uitkering van ruim € 90.000 of dat de verzekeraar kan volstaan met uitkering van 110% van de waarde van de verzekering. De verzekeraar verwijst naar het door de ex-partner ondertekende ‘verzoek tot premievrijmaking’ en stelt dat dit per abuis nog niet op het laatste polisblad was vermeld. De klaagster beroept zich op wat vermeld is op dit polisblad van 2 juli 2015.

 

Onderhandse akte

Het polisblad van de verzekering moet worden beschouwd als een onderhandse akte, aldus de Geschillencommissie, met bindende bewijskracht. Dat wil zeggen dat de verzekeraar het met de polis geleverde bewijs moet weerleggen. Op basis van documenten die de verzekeraar vervolgens overlegt, constateert de Geschillencommissie dat het verzoek om premievrijmaking door de verzekeraar intern per 3 juli 2015 is verwerkt. Echter, de jaarpremie voor de periode februari 2015 – februari 2016 was door de ex-partner al voldaan en de verzekeraar heeft niet aangetoond een deel van de jaarpremie terug te hebben betaald.

 

De Geschillencommissie gaat er daarom vanuit dat voor de hogere overlijdensrisicodekking is betaald tot en met 1 februari 2016. Op basis daar concludeert zij dat op het moment van overlijden van de ex-partner in het najaar van 2015 de overlijdensrisicodekking ruim € 90.000 bedraagt, zoals het laatste polisblad vermeldt. De verzekeraar heeft onvoldoende aan kunnen tonen dat de verzekering vóór het overlijden van de ex-partner daadwerkelijk premievrij is gemaakt. De verzekeraar moet aan de consument alsnog het resterende bedrag tot ruim € 90.000 uitbetalen.

 

Bron AM Web 22 januari 2018

Wim Heeres (Adfiz): ‘In 2018 serieus in gesprek over fiscaal aftrekbaar advies’

Wim Heeres

In 2018 moet een serieuze discussie op gang komen over de fiscale aftrekbaarheid van financieel advieskosten. Dat is de diepgewortelde hoop van Adfiz-voorzitter Wim Heeres, vertelde hij in zijn openingsspeech op de nieuwjaarsbijeenkomst van de brancheorganisatie in Bussum. Als extra wens voor komend jaar noemde hij het terugbrengen van de assurantiebelasting naar 7%.

 

Wim Heeres (Adfiz): ‘In 2018 serieus in gesprek over fiscaal aftrekbaar advies’

“Keer op keer blijkt financieel advies onmisbaar om mensen in beweging te brengen. En te houden. Los van alle andere voordelen die advies een klant opleveren, zou juist dít gegeven reden genoeg moeten zijn om advies fiscaal voordeliger te behandelen. Zodat we als samenleving onderstrepen hoe belangrijk we advies vinden”, sprak Heeres donderdagmiddag over zijn diepgewortelde en langgekoesterde wens om financieel advieskosten aftrekbaar te maken.

 

Assurantiebelasting 7%

Hij had in Bussum ook nog een tweede wens voor 2018. Heeres zou zich kunnen voorstellen dat de overheid besluit de assurantiebelasting terug te brengen “tot een niveau dat in heel Europa gebruikelijk is”. In 2013 verhoogde de Nederlandse overheid dat tarief nog van 9,7% naar de 21% die ook nu nog geldt. Heeres noemde 7% als geschikt percentage. Daarmee zou de overheid “burgers in Nederland een interessante koopkrachtverbetering” geven. “Zou dat geen mooi voornemen zijn voor het nieuwe jaar?”

 

Bovenal stond zijn speech in het teken van aandacht, het thema van 2018 voor Adfiz. “Aandacht, voor de klant. Dat wens ik ons als sector. Dat we veel minder met onszelf bezig hoeven zijn in 2018. En dat we ons de tijd en ruimte gunnen om al onze aandacht aan de klant te geven. Met hulp van de wetgever, toezichthouder en consumentenorganisaties. Want aandacht, oprechte aandacht, dat is 100% klantbelang.”

 

Heilloos idee

In zijn nieuwjaarstoespraak voor een zaal vol adviseurs uitte Heeres zijn verbazing en verontwaardiging over het AFM-voorstel voor actieve transparantie op schadeprovisie. Hij somde op waarom ongevraagde transparantie “een heilloos idee” is. Er is geen probleem dat opgelost moet worden, het verstoort de verhoudingen in een goed functionerende markt, we krijgen een race to the bottom die de dienstverlening zal uithollen en het verslechtert het vestigingsklimaat in Nederland, aldus de Adfiz-voorman.

 

“Kortom, het werkt niet, het lost niets op, en het veroorzaakt wél nieuwe problemen. En de hoogste rekening, die komt bij de kwetsbare groepen consumenten te liggen. Ik kan me oprecht niet voorstellen dat er één verzekeraar hier in de zaal zit die, én de waarde van advies onderstreept, én werkelijk achter dit plan staat. Aan zulk beleid kunnen wij niet meewerken. En daarmee basta.”

 

Breed adviesrepertoire

Heeres zei te zien dat steeds meer adviseurs productoplossingen naar de achtergrond schuiven. En dat is goed, vindt hij. Want: “de adviseur adviseert, de verzekeraar verzekert en de bank financiert”. “Ik zie adviseurs die rol oppakken. Ze bieden een ongekend breed adviesrepertoire. Ik ben ervan overtuigd dat dit precies de beweging is die het meest gaat bijdragen aan onze reputatie. Die de vertrouwenscijfers nog verder kan laten doorstijgen.”

 

Opportunisme

Volgens de Adfiz-voorzitter is er nog een “andere, opportunistischer reden om deze beweging te omhelzen”. “Waar robots beter en sneller producten gaan vergelijken en gaan matchen met gemiddelde klantbehoeftes, wordt de waarde van ons mens-adviseurs nog eens extra duidelijk op inleving, doorvragen en luisterend vermogen. ”

 

Verschraling

In zijn speech stond Heeres ook even stil bij de uitdagingen voor verzekeraars. Veel leden worstelen volgens hem met de verschraling van het aanbod. “Risico’s concentreren zich bij slechts een handvol verzekeraars en premies stijgen fors. Zowel provinciaal als op de beurs. Sommige bedrijfstakken zijn al praktisch onverzekerbaar.”

 

Exoten

Heeres maakt zich zorgen dat taxi’s, autoverhuurbedrijven, veetransport en recyclingbedrijven nauwelijks meer verzekerbaar zijn. “Dit zijn toch geen rare exoten?” Tevreden stelt hij vast dat ook steeds meer verzekeraars hier zorgen over hebben. Samen met hen wil hij dit vraagstuk te lijf. “Daarom hebben we het thema vorig jaar op de agenda gezet. Ik ga hier met de verzekeraars in 2018 absoluut verder mee aan de slag”, beloofde Heeres.

 

Bron AM Web 11 januari 2018

VEH over woningmarkt: ‘Het begint aan alle kanten te knellen nu’

attachment-hypotheek-berekenen-272x272

De uiterst lage hypotheekrente stemt Nederlanders positief en dat geldt ook voor de verwachting dat de woning na aankoop waarschijnlijk nog in waarde zal stijgen, stelt Vereniging in Eigen Huis naar aanleiding van De Eigen Huis Marktindicator die het consumentenvertrouwen in de woningmarkt meet. Maar er is ook een keerzijde: “Het begint aan alle kanten te knellen en dat stemt een groeiend aantal mensen somber over hun kansen om een huis te kopen”, aldus VEH’s directeur Rob Mulder.

 

VEH over woningmarkt: ‘Het begint aan alle kanten te knellen nu’

De Eigen Huis Marktindicator die het consumentenvertrouwen in de woningmarkt meet, kende in 2017 een hoge score tussen de 110 en 113. Tegelijk groeit het aantal Nederlanders gestaag dat van mening is dat het geen gunstige tijd is om hun koopwens te realiseren. Het afgelopen jaar groeide deze groep van bijna een kwart naar een derde. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de verslechterde betaalbaarheid van woningen en de beperkte keuze.

 

Vertrouwen

In december is de Eigen Huis Marktindicator met één punt gedaald naar een waarde van 111. Dat is ruim boven de neutraalwaarde 100. Dit wijst op voldoende vertrouwen of ‘wil’ onder consumenten om eventueel tot de aankoop van een woning over te gaan. “De druk op de koopwoningmarkt zal voorlopig aanhouden”, zegt directeur belangenbehartiging Mulder. “Op de woningmarkt is het echter niet alleen een kwestie van willen, maar ook van kunnen kopen. Het huis dat je zoekt moet beschikbaar zijn en je moet het ook kunnen betalen”, aldus Mulder. “En daar schort het steeds vaker aan.”

 

Slechte betaalbaarheid woningen

Slechte betaalbaarheid van woningen (54%) en beperkte  keuze (35%)  zijn de meest genoemde factoren die het ‘kunnen’ kopen van een huis in de weg staan, volgens Nederlanders die het een slecht moment vinden om te kopen. Een derde, opvallende, reden is de slechtere fiscale behandeling van de eigen woning door het nieuwe kabinet. In drie maanden tijd verdubbelde de groep die dit punt benoemde naar 30%.

 

Lage hypotheekrente

De uiterst lage hypotheekrente stemt Nederlanders daarentegen positief en dat geldt ook voor de verwachting dat de woning na aankoop waarschijnlijk nog in waarde zal stijgen. “De financiële regels voor huizenkopers zijn aangescherpt en de huizenprijzen zijn gestegen  als gevolg van het schaarse woningaanbod waar op veel plaatsen sprake van is. De nieuwbouw houdt de groeiende vraag naar woningen niet bij en ook in bestaande sector droogt het aanbod op veel plaatsen op. Het begint aan alle kanten te knellen en dat stemt een groeiend aantal mensen somber over hun kansen om een huis te kopen”, aldus Mulder.

 

Bron AM Web 6 januari 2018