NVHP: wees zorgvuldig met nieuwe fiscale regels eigenwoningschuld

belastingaangifte-3-272x142

De vereniging van hypothecair planners NVHP roept notarissen, accountants en financieel adviseurs op om hun klanten in het kader van de belastingaangifte 2017 attent te maken op de nieuwe fiscale regels voor het vaststellen van het aandeel in de eigenwoningschuld. “Verkeerde besluitvorming op dit punt kan consumenten grote schade opleveren.”

NVHP: wees zorgvuldig met nieuwe fiscale regels eigenwoningschuld

De NVHP voorziet problemen naar aanleiding van het besluit dat staatssecretaris Snel (Financiën) eind januari publiceerde over het vaststellen van het aandeel in de eigenwoningschuld tussen partners. “Hiermee komt een einde aan een lange periode van onzekerheid. Belastingplichtigen dienen derhalve op korte termijn, voor het eerst in de belastingaangifte over 2017, een keuze te maken of zij wel of geen gebruik willen maken van dit goedkeurende besluit.” Maar de zienswijze van Snel confronteert consumenten met een aantal fiscale knelpunten, aldus de vereniging. “De problematiek manifesteert zich vooral bij samenwoners of gehuwde stellen met huwelijkse voorwaarden, waarbij de woning geen onderdeel is van een huwelijksgemeenschap. Ook kunnen er in de toekomst problemen ontstaan bij stellen die onder het nieuwe huwelijksvermogensrecht gaan trouwen en tijdens het huwelijk een woning verwerven.”

 

Twee knelpunten

Bij een situatie van een gelijke eigendomsverhouding zorgt het inbrengen van eigen middelen door een van beide partners volgens de standaardzienswijze van de staatsecretaris tot een vergoedingsrecht en niet tot een beïnvloeding van de interne draagplicht, zegt de NVHP. “Door deze uitleg wordt de schuld door beide partners gedragen in een verhouding die gelijk is aan het eigendom.”

Dat kan twee fiscale knelpunten opleveren:

– de partner die een eigenwoningreserve heeft, brengt die niet volledig in mindering op zijn eigen verwerving. “Hij investeert immers de helft van zijn vermogen in het vermogen van de ander. Hierdoor zal een deel van de hypotheekschuld niet meer kunnen kwalificeren als eigenwoningschuld.”

– als slechts één van beide partners recht heeft op het zogenaamde overgangsrecht (aflossingsvrij) en een deel van de lening ook daadwerkelijk aflossingsvrij wordt gesloten, wordt deze voor de helft geacht onderdeel te zijn van de schuld van de andere partner die geen recht heeft op overgangsrecht. “Hierdoor kwalificeert een deel van deze lening niet als eigenwoningschuld.”

 

Standaard gebruik is onverantwoord

Belastingplichtigen kunnen er nu voor kiezen hun fiscale verleden voor de helft naar elkaar over te hevelen. “Hierdoor worden de fiscale knelpunten op korte termijn weggenomen. Aan het goedkeurende besluit kleven ook diverse nadelen die zich bij een eventuele scheiding kunnen manifesteren. In de praktijk zal onderzocht moeten worden of het voor cliënten verstandig is gebruik te maken van dit besluit. Het standaard gebruiken van het besluit in de geschetste situatie is in de ogen van de NVHP onverantwoord.” De vereniging zegt de 1.200 leden inmiddels uitgebreid te hebben geïnformeerd over de problematiek.

 

De Belastingdienst heeft woensdag de aftrap gegeven voor de aangifteperiode, die loopt van 1 maart tot 1 mei.

 

Bron AM Web 28 februari 2018

Vakantie en waarneming 10 februari tot en met 26 februari 2018

vakantie

In verband met mijn vakantie ben ik tijdelijk telefonisch niet bereikbaar.

Voor dringende zaken zoals schade, autowijzigingen etc. kunt u contact opnemen met mijn waarnemer.

Telefoonnummer: 088-44691563

U wordt dan verder geholpen met uw vragen inzake schadeverzekeringen.

Indien u andere vragen heeft mbt hypotheken, kunt u een app sturen naar mij zelf 06-55180987 of een mail sturen naar info@fabwestnederland.nl

Ik kijk regelmatig de mail en berichten na. Vanaf 27 februari kunt u mij weer persoonlijk bereiken.

Loonstijging valt tegen, hypotheek minder populair

attachment-Huis-berekenen-269x272

 

De dalende trend van het aandeel hypotheekaanvragen in de leeftijdsgroep tot 40 jaar, zette in januari door, naar ongeveer 47% van alle aanvragen in Nederland. “Deze cijfers illustreren de bekende moeilijke positie van (alleenstaande) starters op de woningmarkt”, aldus De Hypotheekshop.

 

Afnemende woningaanbod

De CMIS-dochter constateert een kleine min tot ongeveer 1% voor alle inkomenscategorieën tot € 50.000 in het aandeel hypotheekaanvragen. “Een deel van deze teruggang moet overigens worden toegeschreven aan het afnemende woningaanbod in de categorie tot € 250.000”, aldus De Hypotheekshop. Voor de inkomens daarboven is er nog wel een kleine plus.

 

Nibud-normen

Daarnaast is volgens De Hypotheekshop ook het effect van de nieuwe Nibud-normen zichtbaar, waarmee de leencapaciteit op inkomen wordt bepaald. Bij de bepaling van de normen voor 2018 ging het Nibud onder meer uit van een flinke loonstijging die negatieve factoren, zoals beperking van de hypotheekrenteaftrek voor de hoogste inkomens, teniet zouden. Consumenten zouden hierdoor in 2018 zelfs meer kunnen lenen voor een eigen huis als in 2017.

 

Uitblijven loonstijging

De Hypotheekshop: “Het andere deel (van de vermindering van het aantal aanvragen –  RP) betreft waarschijnlijk consumenten die vooralsnog nog niet voor de loonstijging van 2,2% in aanmerking zijn gekomen, waar het Nibud bij het vaststellen van de woonquotes voor 2018 vanuit is gegaan. Wellicht ook dat het hogere bedrag aan eigen geld dat met ingang van dit jaar moet worden meegebracht voor het betalen van de kosten koper -in 2018 kan maximaal een hypotheek tot 100% van de woningwaarde worden afgesloten- de groep lage en middeninkomens relatief harder treft.”

 

Bron AM Web 1 februari 2018