Kamervragen over weigeren polis aan ex-gedetineerden

Kamerlid Michiel van Nispen (SP) heeft Kamervragen gesteld aan Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming over de recente tv-uitzending van Kassa waaruit bleek dat ex-gedetineerden moeilijk een schadeverzekering af kunnen sluiten.

 

Kamervragen over weigeren polis aan ex-gedetineerden

Het standpunt van Van Nispen is duidelijk. Hij vraagt de minister: “Deelt u de mening dat straffen een taak van de rechter is en niet van commerciële partijen, zoals verzekeraars? Deelt u eveneens de mening dat het na het uitzitten van de straf belangrijk is dat mensen weer mee gaan doen en resocialiseren, bijvoorbeeld door aan het werk te gaan, en dat deze doelstellingen niet dichterbij komen indien verzekeraars bijvoorbeeld autoverzekeringen weigeren?”

 

Eerdere uitspraken

Van Nispen wijst op eerdere uitspraken van minister Van der Steur in 2015. Die stelde toen dat een strafbaar feit alleen een rol speelt wanneer het een verzekering betreft die te relateren is aan het feit dat is begaan. De minister zei destijds dat hij niet met de branche in gesprek zou gaan omdat hij niet het vermoeden heeft dat er misstanden worden begaan.

 

Lees ook:

Ook in 2015 werden al Kamervragen over dit onderwerp gesteld

Het Kamerlid heeft de indruk dat de praktijk anders is. Hij stelt dat bij Kassa en bij Bonjo (belangenorganisatie voor (ex)gedetineerden) klachten zijn binnengekomen dat schadeverzekeringen juist ook geweigerd worden als het verband tussen strafbaar feit en type verzekering ontbreekt. Hij wil weten wat de minister daaraan denkt te doen. “Bent u bereid alle verzekeraars te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en het belang van het kunnen afsluiten van verzekeringen door ex-gedetineerden voor een zo goed mogelijke resocialisatie?”

 

Reacties uit de markt

Het Verbond van Verzekeraars reageerde schriftelijk op de Kassa-uitzending. Kassa zocht ook uit hoe individuele verzekeraars met ex-delinquenten omgaan. Aegon ziet daarin ook een rol voor de adviseur. “Wij hanteren een verleden van 8 jaar. Het is binnen die termijn niet mogelijk om zelf, direct online een verzekering bij ons af te sluiten. Als de aanvraag via een adviseur binnenkomt, vragen wij door waarom het gaat en kunnen we een aanvrager eventueel wél accepteren. Dit geldt zowel voor auto- als de woonproducten”, aldus de verzekeraar.

 

Eerste publicatie door Jannie Benedictus op 30 mrt 2018

Laatste update: 30 mrt 2018

Vrouw kan in huis van echtgenoot wonen en toch duurzaam gescheiden zijn voor AOW

Een vrouw die al jaren aan de andere kant van de wereld woont dan haar echtgenoot, maar nooit scheidde, heeft toch recht op AOW voor ongehuwden. Die is hoger dan AOW voor gehuwden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) vindt dat de vrouw niet duurzaam gescheiden leeft, omdat ze nog in een huis woont dat eigendom is van haar man. De rechter ging hier in mee, maar in hoger beroep hield die uitspraak deze maand geen stand.

 

Vrouw kan in huis van echtgenoot wonen en toch duurzaam gescheiden zijn voor AOW

De man en vrouw (geboren in 1942) verhuisden in de jaren negentig naar Thailand. Vanaf 2007 ontvangen zij AOW naar de norm van gehuwden. In de jaren daarna sturen de vrouw en haar echtgenoot jaarlijks levensbewijzen naar de Svb waaruit blijkt dat zij op hetzelfde adres samenwonend waren.

 

Te oud om te scheiden

De vrouw keert echter in 2013 terug naar Nederland en gaat wonen in een huis dat eigendom is van haar echtgenoot. De man laat in zijn levensbewijs aan de Svb weten dat hij op een ander adres in Thailand woont en zijn vrouw geen huisgenoot meer is. De vrouw wil daarop AOW voor ongehuwden ontvangen.

 

De Svb weigert dat. Volgens de Sociale Verzekeringsbank kan er niet worden gesproken van duurzame scheiding, omdat haar echtgenoot de vrouw nog financieel ondersteunt. Ook gebruikt ze nog de achternaam van haar man. De twee willen niet scheiden omdat ze zich daar te oud voor voelen. De financiële ondersteuning, in de vorm van woonruimte, ziet de man als een soort alimentatie voor de vrouw.

Niet onder één dak

Eind december 2014 bevestigt de rechtbank Oost-Brabant het gelijk van de Svb. Het stel zou zich naar buiten toe niet presenteren “als zijnde hun samenleving duurzaam en bestendig verbroken”.

In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep echter die uitspraak. De man verklaart dat hij al meer dan tien jaar samenwoont met een andere vrouw. Ook in Thailand woonde het echtpaar al vijf jaar niet langer samen onder één dak.

Eigen leven

“Op grond van al deze gegevens moet geconcludeerd worden dat appellante in ieder geval vanaf haar vestiging in Nederland duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Er is immers sprake van een door hen beiden, althans één van hen, gewilde verbreking van de echtelijke samenleving en zij leiden sindsdien ieder een eigen leven alsof zij niet gehuwd zijn met de ander. Deze toestand is door hen beiden, althans door één van hen, als bestendig bedoeld”, aldus de rechter in de beroepszaak.

Dat er sprake is van financiële ondersteuning door de man kan volgens de rechter gelijk worden gesteld met alimentatie na verbreking van de samenleving. En ook na een echtscheiding zou de vrouw het recht hebben ervoor te kiezen haar naam niet te wijzigen, aldus de uitspraak. De Svb moet de vrouw daarom met terugwerkende kracht vanaf augustus 2013 aanmerken als ongehuwd.

Creatieve oplossingen

Volgens adviseur Paul Lavrijssen van Aegon Adfis (pensioenadvies) nodigt het verschil tussen AOW voor gehuwden en ongehuwden samenwonende AOW’ers regelmatig uit tot het zoeken naar “creatieve oplossingen”. “Die creativiteit zorgt – vaak terecht – voor veel wantrouwen bij de Svb”, schrijft hij over deze zaak. Volgens Lavrijssen is het daarom niet onlogisch dat de vrouw in eerste instantie niet op haar blauwe ogen werd vertrouwd.

 

Eerste publicatie door Paul de Kuyper op 23 mrt 2018

 

Naderende AVG maakt adviseurs onrustig: ‘We moeten ook nog gewoon werken’

Ludger de BruijnLudger de Bruijn

De Algemene Verordening Gegevensbescherming heeft heel wat voeten in de aarde. En adviseurs willen er mee aan de slag. Maar veel zaken zijn nog niet glashelder. Dat zorgt voor onzekerheid. Adfiz probeerde gisteren in Houten zo’n 80 adviseurs van aangesloten kantoren uit te leggen wat er zal veranderen. Beleidsadviseur Ludger de Bruijn zei: “Wees niet bang, er werken honderd mensen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Die moeten ontelbaar veel ondernemingen controleren. Ze staan echt niet als eerste bij u op de stoep.”

 

Naderende AVG maakt adviseurs onrustig: ‘We moeten ook nog gewoon werken’

Op 25 mei is het zover. Nog ruim twee maanden dus, en dan moet elke onderneming die persoonsgegevens verwerkt zich houden aan de nieuwe verordening. Ook financiële dienstverleners. Adfiz organiseert door het hele land sessies om ondernemers voor te bereiden en ontwikkelt een aantal tools die adviseurs kunnen gebruiken.

 

Logboek bijhouden

Beleidsadviseur Ludger de Bruijn (foto) loodste de aanwezigen in Houten gisteren door het woud aan nieuwe regels en terminologie. Zijn boodschap: houd alles wat je doet bij in een logboek, zorg dat verklaarbaar is welke stappen je hebt gezet, laat zien dat je er serieus mee bezig bent. De eerste stap is inventariseren welke persoonsgegevens je verwerkt en met wie je ze deelt. En daarna: bepaal de grondslagen waarom je de gegevens verwerkt en stel jezelf steeds de vraag: móet ik deze gegevens wel bewaren?

 

Duizenden dossiers

Adviseurs in de zaal vinden dat voor nieuwe klantgegevens nog wel te behappen, maar wat doen we met de oude en bestaande administratie was de vraag uit de zaal. Een adviseur zei: “Je mag het burger service nummer niet opslaan. Moet ik dan duizenden dossiers doorvlooien? Dat is toch een onmogelijke opgave?” De Bruijn wees erop dat het bewaren van het BSN nu ook al niet is toegestaan. Hij had geen panklare oplossing voor het omgaan met oude administraties, maar erkende dat het een hele kluif zal zijn. “Probeer je af te vragen: welke gegevens heb ik en waar heb ik die staan? Het begint met dat besef.” Het leidde tot geroezemoes in het zaaltje. “Er moet ook nog gewerkt worden”, bromde een adviseur tegen zijn buurman.

 

Dreigende rechtszaak

Moet je ook alle bestaande klanten gaan informeren over je aanpak, was een andere vraag. Nee, zei De Bruijn, dat hoeft niet. “Adfiz heeft een model privacy statement ontwikkeld en die kun je op je website zetten en aan nieuwe klanten verstrekken. Dat is genoeg.” In dat model privacy statement is ook het recht van klanten verankerd om hun gegevens in te zien, te laten wijzigen of zelfs te wissen. De Bruijn: “En daar mag je geen kosten voor in rekening brengen.” Een adviseur uit de zaal vroeg: “Maar wil ik die gegevens wel verwijderen?” Een advies moet immers reproduceerbaar zijn en in geval van claims is het ook wel nuttig als je wat hebt bewaard. Bovendien is er nog zoiets als een wettelijke bewaarplicht. De Bruijn: “Er zijn inderdaad uitzonderingen. Wanneer je als onderneming een gerechtvaardigd belang hebt om de gegevens te bewaren dan mag je ze bewaren. Zo’n belang kan een rechtszaak zijn. Maar al dat soort casuïstiek moet zich nog verder uitkristalliseren.”

 

Grootschalig

Ondernemingen die zich bezighouden met grootschalige verwerking van persoonsgegevens moeten een zogenoemde FG in huis hebben, een functionaris voor de gegevensbescherming. Deze persoon geniet ontslagbescherming. De Bruijn vertelde dat er door de Kamer om opheldering is gevraagd over het criterium grootschalige verwerking, maar dat wordt verwacht dat een gemiddeld assurantiekantoor er niet snel voor in aanmerking zal komen.

 

Versleutelen

Anton Klunder van ict-beveiliger IBNN vertelde de adviseurs in de zaal op verzoek van Adfiz wat meer over het beveiligen van data. Persoonsgegevens via de email versturen is volgens hem verleden tijd. Dat is niet te controleren, zei hij. Volgens hem zijn er zat oplossingen om data versleuteld te versturen. De adviseurs in de zaal merkten op dat klanten zelf ook emails sturen met persoonsgegevens, mag dat dan ook niet? Klunder zei: “Daar kan je weinig aan doen. Maar zorg dat je gegevens zelf wél beveiligd verzendt of doorzendt.”

 

De bijeenkomst eindigde met nog veel onbeantwoorde vragen. Adfiz beloofde alle vragen die er leven te inventariseren en te beantwoorden én te zorgen dat alle leden over de antwoorden kunnen beschikken.

 

Plan van aanpak volgens Adfiz

Inventariseer welke persoonsgegevens je verwerkt en met wie je ze deelt.

Bepaal de grondslagen waarom je de persoonsgegevens verwerkt.

Bepaal of je verwerking moet aanpassen.

Informeer je klanten.

Organiseer dat klanten hun recht kunnen uitoefenen.

Organiseer de beveiliging, omgang met datalekken en afspraken met verwerkers.

Organiseer dossiervorming van wat je doet.

Betrek al je medewerkers.

Bron AM Web

Eerste publicatie door Jannie Benedictus op 16 mrt 2018

Rechter: ‘Tussenpersoon hoeft niet na te gaan wat collega heeft geadviseerd’

vrouw Justitie

Als een klant zich door twee tussenpersonen laat bedienen, leidt dat niet tot een verzwaarde zorgplicht van beide adviseurs. De verzekerde zelf moet juist extra oplettend zijn. Dat oordeelt de Rechtbank Den Haag in een zaak die een transportbedrijf had aangespannen tegen Rabobank en Meeùs. De vervoerder hield beide tussenpersonen verantwoordelijk voor het feit dat ze niet gedekt was voor de schade die een van zijn vrachtwagenchauffeurs leed bij een eenzijdig ongeval.

 

Rechter: ‘Tussenpersoon hoeft niet na te gaan wat collega heeft geadviseerd’

Het transportbedrijf in deze zaak gebruikte de diensten van twee tussenpersonen om lagere premies te kunnen bedingen voor zijn verzekeringen. Rabobank en Meeùs wisten dat van elkaar. Bovendien hebben ze in 2009 eenmalig de polissen kunnen beoordelen van de verzekeringen die via de ander waren afgesloten.

 

Oversluitingen

Tot 2010 had het transportbedrijf een wagenparkverzekering zonder inzittendendekking (SVI) bij Achmea. Daarnaast liep er een WEGAM-verzekering (Werkgeversaansprakelijkheid Motorrijtuigen) bij Turien. Beide verzekeringen liepen in volmacht bij Meeùs. Door bemiddeling van Rabobank sluit het transportbedrijf op 1 januari 2010 een WEGAM-verzekering bij Delta Lloyd. Een paar maanden later is de premievervaldatum van de wagenparkverzekering. Daarom vraagt het bedrijf Rabobank en Meeùs met een offerte te komen voor een nieuwe polis.

 

Uiteindelijk wordt die eind april 2010 gesloten via Meeùs bij Nationale-Nederlanden. Bij de premie is geen SVi-dekking opgenomen. Dat staat ook in de offerte, maar in de collectieve contractafspraken vermeldt NN abusievelijk wel inzittendendekking tot € 1 miljoen.

 

De WEGAM-verzekering bij Delta Lloyd sluit Rabobank op 1 januari 2013 op verzoek van de transporteur over naar een Bedrijven Compact Polis van Interpolis. Deze Bedrijven Compact Polis dekt het WEGAM-risico, maar alleen als het kentekenbewijs van het motorvoertuig waarmee de schade wordt geleden niet op naam van het verzekerde transportbedrijf staat.

 

Eenzijdig ongeval

Een chauffeur van het betreffende vervoersbedrijf heeft in mei 2013 een eenzijdig ongeval met een vrachtautocombinatie. Het kenteken van de wagen staat op naam van het bedrijf. De chauffeur stelt zijn werkgever verantwoordelijk voor de schade die hij lijdt door het ongeval. De transporteur wendt zich tot zijn verzekeringen, maar zowel NN als Interpolis weigert uit te keren. NN omdat de schade van inzittenden niet gedekt zou zijn onder de verzekering. Interpolis omdat de schade is geleden in een voertuig op naam van het transportbedrijf.

 

Administratieve fout

Het transportbedrijf stapt daarop naar de rechter. In eerste instantie eist het van NN een uitkering van de schade. Op de collectieve contractafspraken staat immers een SVI-dekking. De verzekeraar kan echter ter zitting de rechter overtuigen dat dat op een administratieve fout berust. Een medewerker was vergeten de optie SVI uit het word-sjabloon te halen. Uit alle andere communicatie tussen NN en Meeùs en tussen Meeùs en de klant was duidelijk dat er geen SVI-dekking zou zijn. Het transportbedrijf maakte bewust geen gebruik van het aanbod om inzittenden tegen meerprijs te verzekeren.

 

Vervolgens richt het transportbedrijf zijn pijlen op Meeùs en Rabobank. Zij hadden de ondernemer moeten behoeden voor het niet verzekerd zijn tegen schade van haar werknemers als gevolg van een eenzijdig verkeersongeval. De twee zouden niet hebben gehandeld als van een zorgvuldig handelend tussenpersoon mocht worden verwacht.

 

Expliciete keuze

Volgens de rechter kan Rabobank niet verweten worden dat de NN-polis geen SVI-dekking bood, omdat die tussenpersoon niet betrokken was bij het afsluiten van deze verzekering. Meeùs kan het volgens de rechter evenmin worden aangerekend. Meeùs wist van het bestaan van de WEGAM-polis bij eerst Turien en later Delta Lloyd, en wist dat het bedrijf in het verleden ook koos voor deze afzonderlijke dekking. De tussenpersoon heeft bovendien expliciet de keuze gegeven om SVI-schade mee te verzekeren onder de wagenparkverzekeirng van NN. De vervoerder heeft daar niet voor gekozen.

 

Geen twijfel aan juistheid

De rechter vindt vervolgens dat Meeùs evenmin kan worden verweten dat de nieuwe Bedrijven Compact Polis van Interpolis minder dekking bood. Daar was immers enkel Rabo bij betrokken. Rabo treft echter ook geen blaam, stelt de rechtbank. Het transportbedrijf heeft Rabobank voor de oversluiting geïnformeerd dat het beschikte over een SVI in de wagenparkverzekering. “De zorgplicht van de assurantietussenpersoon gaat in het algemeen niet zo ver dat hij moet controleren of de informatie die zijn klant hem verstrekt wel juist is, tenzij hij concrete aanleiding heeft te twijfelen aan de juistheid van de gegeven informatie. Dat geldt zeker als die klant een ondernemer is waarvan een bepaalde mate van professionaliteit mag worden verwacht”, aldus het vonnis.

 

Verzwaarde zorgplicht

De transporteur betoogt nog dat van de tussenpersonen een grotere oplettendheid mag worden verwacht omdat ze het bedrijf beide bijstaan. Dit zou volgens de vervoerder tot een verzwaarde zorgplicht leiden. Dat veegt de Rechtbank Den Haag van tafel: “Vanzelfsprekend is het haar goed recht om door middel van concurrentie te proberen haar verzekeringen tegen een zo laag mogelijke premie af te sluiten. Dat leidt echter, tenzij anders is overeengekomen, niet tot een grotere verantwoordelijkheid van de assurantietussenpersoon.”

 

Verzekeringnemer moet informeren

“In zo’n situatie, waarin de tussenpersoon niet op de hoogte is van de werkzaamheden van de ander, is het niet de verantwoordelijkheid van de tussenpersoon om na te gaan wat zijn collega heeft gedaan”, vervolgt het vonnis. “Het ligt dan op de weg van de verzekeringnemer – zeker als dat een professional is – om de ene tussenpersoon te informeren over het werk van de ander. Als de verzekeringnemer daarin tekortschiet, de tussenpersoon voorziet van onjuiste informatie en die tussenpersoon daarop vaart, kan de verzekeringnemer de gevolgen van zijn eigen vergissing niet afwentelen op de tussenpersoon.”

 

Het transportbedrijf kan dus fluiten naar een uitkering voor de schade die door een van de chauffeurs is geleden. De rechter veroordeelt de vervoerder bovendien in de proceskosten van NN, Rabo en Meeùs, samen ruim € 10.000.

 

Bron AM Web 12 maart 2018

Kamervragen over problemen met aflossingsvrije hypotheken ouderen

huis kopen

Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) heeft vandaag Kamervragen gesteld aan minister Wopke Hoekstra (Financiën) naar aanleiding van onderzoek van ouderenbond Anbo. Uit dit onderzoek bleek dat honderdduizenden ouderen met een aflossingsvrije hypotheek in de problemen komen, of dreigen te komen.

 

Kamervragen over problemen met aflossingsvrije hypotheken ouderen

Uit het onderzoek van de ouderenbond en tv-programma EenVandaag blijkt dat ruim 40% van de ouderen met een aflossingsvrije hypotheek niet goed heeft nagedacht over hoe ze hun woningschuld na 30 jaar kunnen aflossen. Ouderen zijn volgens de onderzoekers niet goed voorbereid ‘voor torenhoge kosten’.

 

Kamerlid Nijboer wil weten of de minister heeft kennisgenomen van dit onderzoek, hij refereert tevens aan de Nederlandsche Bank: “Wat vindt u ervan dat volgens De Nederlandsche Bank (DNB) honderdduizenden ouderen met aflossingsvrije hypotheken in de problemen dreigen te komen?

 

Ouderen in de problemen

Nijboer vraagt de minister wat hij gaat doen om te voorkomen dat ouderen met aflossingsvrije hypotheken in de problemen komen. “Klopt het dat banken die eerst aflossingsvrije hypotheken adviseerden nu vaak niet bereid zijn aan het einde van de looptijd een nieuwe hypotheek aan te bieden, met als gevolg dat mensen noodgedwongen moeten verhuizen?”.

 

Gedwongen te verhuizen

Volgens Nijboer zijn het juist ouderen met een laag inkomen die alleen een AOW, of AOW en een beetje pensioen hebben, momenteel bovengemiddeld de dupe? Hij vraagt aan Hoekstra of zij door het beleid van banken op kosten worden gejaagd. Hij wil van de minister weten of het is te rechtvaardigen dat “(…)mensen min of meer gedwongen moeten verhuizen?”.

 

Verder vraagt de PvdA-er zich af of de minister het uitgangspunt van banken, dat mensen na 30 jaar de volledige hypotheek zelf bij elkaar hebben gespaard en afgelost, ook niet ‘heel vreemd’ vindt. “Dan hadden banken toch beter een spaarhypotheek kunnen adviseren?”, zo vraagt hij door.

 

Volgens Nijboer rust er een plicht op banken om na afloop van de aflossingsvrije periode met mensen een oplossing te zoeken, met als streven dat zij zoveel mogelijk in hun eigen huis kunnen blijven wonen. “Bent u bereid te kijken of de huidige regels die de Autoriteit Financiële Markten (AFM) hanteert knellend zijn en waar mogelijk die knelpunten weg te nemen?”

 

Overwaarde huizen slecht benut

Nijboer vraagt zich tevens af hoe het kan dat overwaarde van huizen door ouderen in Nederland slecht kan worden benut, terwijl daar volgens hem in veel andere landen goede ervaringen mee zijn. Het Kamerlid stelt voor het toe te staan dat ouderen met een beperkt pensioen een deel van de overwaarde van hun huis kunnen opnemen en legt daarbij een brug naar Noorwegen: “Wat vindt u van het Noorse model, waarbij mensen op twee manieren kunnen kiezen tegen redelijke voorwaarden hun overwaarde te verzilveren? Bent u bereid in Nederland de seniorenlening en de ‘Bankrekeninghypotheek’ (Rammelån eller Fleksilån) mogelijk te maken door met banken in gesprek te gaan?”.

Bron AM Web 5 maart 2018