Echtscheiding. Vooral na de zomervakantie is de koek op

De meeste scheidingen worden vlak na de zomervakantie in september aangevraagd. Dit blijkt uit een enquête van gecertificeerdemediators.nl onder echtscheidingsmediators. Ook de maand januari, al de kerstdis net achter de kiezen is, is een drukke maand voor mediators.

Echtscheiding. Vooral na de zomervakantie is de koek op
Gecertificeerdemediators.nl bevroeg 293 echtscheidingsmediators, zo’n 20% van alle 1.300 Nederlandse mediators die op dit vlak actief zijn. De resultaten laten twee duidelijke pieken zien: één in januari (vlak na de kerstvakantie) en één in september (vlak na de zomervakantie). Na de zomervakantie blijken nog net iets meer mensen te scheiden dan na de kerst, 56% van de mediators benoemt de periode na de zomervakantie als het drukst.

Vooral in Limburg
Deze stormloop op echtscheidingen in september is met name in Limburg zichtbaar. Hier geeft 75% van de mediators aangeeft dat september voor hen een van de drukste maanden is.

Juni, juli en augustus minst druk
Elke hoogtepunt in aantal scheidende stellen wordt bovendien gevolgd door een reeks bovengemiddeld drukke maanden voor de mediators. In juni, juli en augustus wil daarentegen juist het minste aantal mensen scheiden.

Laatste redmiddel
Volgens Guido Bakker, directeur van gecertificeerdemediators.nl, bevestigen deze cijfers het beeld dat ontstaat uit gesprekken met cliënten: “Vakantie wordt vaak ingezet als laatste redmiddel voor de relatie. Een vakantie hoort fijn te zijn. Maar vanwege het intensieve samenzijn wordt voor veel stellen al het slechte aan hun relatie dan juist uitvergroot. Moegestreden besluiten ze na thuiskomst te gaan scheiden.”

Eerste publicatie door Robert Paling op 28 jun 2018
Laatste update: 28 jun 2018

42% Kifid-klachten wordt opgelost door bemiddeling

Van de 3.141 klachten van consumenten die Kifid in 2017 behandelde, werd in 1.313 gevallen een bemiddelingsresultaat bereikt of een schikking overeengekomen. Dat is ruim 4 op de 10 keer, iets meer dan een jaar eerder. In de zaken waarin een uitspraak werd gedaan, viel die in bijna 8 op de 10 gevallen uit in het voordeel van de financieel dienstverlener. Dat blijkt uit het jaarverslag van het klachteninstituut.

42% Kifid-klachten wordt opgelost door bemiddeling
In 2016 werd 38% van de Kifid-klachten opgelost door bemiddeling, in 2017 steeg dat percentage naar 42%. Bemiddeling kan voor de hoorzitting plaatsvinden, maar partijen kunnen ook tijdens die zitting nog besluiten dat ze er alsnog samen uit willen komen. In dat laatste geval spreekt Kifid formeel van een schikking. Intermediairs waren bij 20% van alle bemiddelingen betrokken. Verzekeraars namen 40% van de schikkingen of bemiddelingsresultaten voor hun rekening, 1 procentpunt meer dan banken.

Voorzitter Eveline Ruinaard van de Geschillencommissie hoopt in 2018 de stijgende lijn voort te zetten. “We bemiddelen veel vaker en doen ons best om op die manier met partijen tot een oplossing te komen. Dat heeft meerwaarde: bemiddeling is laagdrempeliger dan de formele procedure en er gaan uiteindelijk twee partijen tevreden de deur uit.”

Consument wint 1 op 5 zaken
In bijna 1.400 klachten deed de Geschillencommissie of de Commissie van Beroep een uitspraak. De consument kreeg in iets meer dan 1 op de 5 zaken (bijna 300) gelijk, of gedeeltelijk. In bijna 1.100 gevallen bleek de consumentenklacht ongegrond.

In totaal ontving Kifid 5.953 nieuwe klachten in 2017. Dat is 3% minder dan een jaar eerder. Schadeverzekeringen zijn goed voor 37% van de klachten (1.157), gevolgd door hypotheekzaken met 29% (898). Klachten over levensverzekeringen (13%), beleggingsdisputen (11%) en bankzaken (10%) komen minder voor. Deze verdeling komt overeen met voorgaande jaren.

1.200 te vroege klagers
Er kwamen vorig jaar ook bijna 1.200 klachten binnen bij Kifid die nog niet bij het klachteninstituut thuishoren. Deze consumenten hadden niet eerst hun ongerief kenbaar gemaakt bij hun bank, verzekeraar of adviseur tegen wie de klacht gericht is. Sinds vorig jaar stuurt het klachteninstituut die klachten rechtstreeks door naar de financieel dienstverlener. In eerdere jaren belandden deze klachten als ‘ongegrond’ in de Kifid-statistieken. Mede daardoor lag het succespercentage voor consumenten in 2016 een stuk lager dan in 2017: nog geen 10%.

Eerste publicatie door Paul de Kuyper op 22 jun 2018
Laatste update: 22 jun 2018

‘Aanbieders maken een potje van naleving AVG’

Banken en verzekeraars gaan slordig om met de verwerking van persoonsgegevens, ondanks de strenge AVG-wetgeving die op 25 mei is ingegaan. Dat stelt Jeroen Wolfsen van adviesbedrijf MoneyWise. “Regelmatig wordt gevraagd om bijvoorbeeld een aanvraag voor een financieel product even op de mail te zetten. Dat kan natuurlijk niet.”

‘Aanbieders maken een potje van naleving AVG’
De nieuwe privacyregels staan niet toe dat een aanvraag met persoonlijke gegevens per mail verstuurd wordt naar een bank of verzekeraar, zegt Wolfsen. “Het probleem is dat de meeste banken of verzekeraars geen beveiligde digitale postbus hebben waar we documenten in kunnen uploaden.” Omdat persoonsgegevens alleen versleuteld per mail verzonden kunnen worden, verzendt Moneywise dit soort mails versleuteld met een wachtwoord dat alleen bekend is bij de ontvanger. “Het probleem is dat banken en verzekeraars hier helemaal niet klaar voor zijn. Mails komen terecht in spamboxen of worden geweigerd. Medewerkers kunnen deze beveiligde documenten niet openen omdat ze niet op de hoogte zijn van het wachtwoord. Dossiers lopen hierdoor vertraging op of worden helemaal niet verwerkt. Banken en verzekeraars hadden allang een beveiligde omgeving moeten hebben waar we stukken op een beveiligde manier kunnen delen.” Wolfsen noemt het “belachelijk” dat aanbieders vragen persoonlijke informatie op de mail te zetten.

‘Kan het niet per post?’
Een uitzondering vormt hypothekennetwerk HDN, zegt Wolfsen. “Alle vertrouwelijke stukken en informatie worden via een beveiligd platform gedeeld. Maar in sommige gevallen kan een document toch niet via dit systeem en krijgen we nog steeds het verzoek om het te mailen. Kan het dan niet per post, is dan de meest gehoorde oplossing die de bank of verzekeraar kan bedenken.”

Eerste publicatie door Rob van de Laar op 15 jun 2018
Laatste update: 15 jun 2018

Valt er grip te houden op de risico’s bij proefritpolis voor particuliere autoverkoop?

De Belgische start-up SereniMax lanceerde dit voorjaar samen met Axa Belgium een verzekering voor proefritten met tweedehandsauto’s van particuliere verkopers. In de am:magazine-rubriek Nieuwe Concepten geven drie experts hun visie op deze proefritpolis: initiator Laurent Baeke, innovatie- en businesscoach Bob van Leeuwen en advocaat Robin van Beem. Die laatste: “De premie lijkt op voorhand erg laag, gelet op de risico’s.”

 

Valt er grip te houden op de risico’s bij proefritpolis voor particuliere autoverkoop?

Met de Belgische proefritpolis verzekeren klanten voor € 15 een tweedehandsauto voor de duur van een testrit. De verzekering richt zich op particuliere verkoop. Diefstal tijdens de proefrit is meeverzekerd en tegen meerkosten biedt de polis ook een jaar garantie tegen een mechanisch defect. Hoe kijken de oprichter van Serenimax en twee externe deskundigen aan tegen dit concept?

 

Laurent Baeke: ‘Markt vol risico’s’

“De markt voor tweedehandsauto’s wordt vaak geassocieerd met oplichting, fraude en bedrog”, zegt medeoprichter Laurent Baeke van SereniMax. “Denk aan identiteitsvervalsing, vals geld, diefstal tijdens de proefrit, zoekertjes die er te mooi uitzien om waar te zijn. Daarnaast krijgt bijna één op de twee auto’s problemen binnen het jaar na de aankoop. Deze markt zit vol risico’s voor consumenten, vooral bij transacties onder particulieren. Daar hebben we een oplossing voor bedacht: de betaling vindt plaats via een geblokkeerde rekening via een app die daar speciaal voor ontworpen is. Je bent voor € 15 voor de proefrit verzekerd. Die dekking richt zich op brand, materiële schade, vandalisme, glasbreuk, weerschade, diefstal en aanrijding met dieren.”

 

“En er is aanvullende diefstaldekking: de verkoper is zelfs gedekt als de kandidaat-koper er met de auto vandoor gaat, terwijl diefstal door een bestuurder die toestemming heeft in het voertuig te rijden bij de meeste maatschappijen is uitgesloten. Bij een defect of ongeval tijdens de proefrit voorziet Axa Belgium in hulp bij pech en de terugkeer naar het vertrekpunt van de proefrit. Je kunt er ook voor kiezen een grondige diagnose van de wagen laten uitvoeren door een professional, daar zijn wel extra kosten verbonden. En er is de mogelijkheid voor een garantie tegen mechanisch defect van een jaar, eveneens tegen meerprijs. Wij denken dat hier markt voor is en zodra we mogelijkheden in het buitenland zien, gaan we daarop af.”

 

Robin van Beem: ‘Hoe houd je grip op risico’s?

“Dit concept doet me denken aan de dekking die Centraal Beheer al biedt voor de gebruikers van Snappcar, waarbij de auto is verzekerd tijdens de verhuurperiode aan derden”, zegt advocaat Robin van Beem van Polis Advocaten. “Als je je auto meegeeft voor een proefrit, heb je in Nederland gewoon dekking. Voor blikschade alleen als je een cascoverzekering hebt. De eigenaar van de auto raakt bij een dergelijke schadeclaim wel zijn BM-korting kwijt. Dit concept zou daartegen beschermen. Er zitten dus echt wel voordelen aan. Zeker die garantie tegen een mechanisch defect in de eerste twaalf maanden neemt voor potentiële kopers, vooral de kopers zonder kennis van auto’s, heel wat zorgen weg. Ik denk dat daar een markt voor is. Er worden vrij veel tweedehandsauto’s verkocht door particulieren en ik kan me voorstellen dat deze polis een koper een bepaald comfort biedt. Ik zou zelf die € 15 er ook voor over hebben.”

 

“Als verkoper heb je een mededelingsplicht. Je moet melden als er bepaalde defecten zijn. Maar als koper heb je onderzoeksplicht. Kopers van tweedehandsauto’s laten een auto daarom vaak keuren bij de ANWB of een autobedrijf. Voor zo’n controle ben je veel meer kwijt dan de premie voor deze verzekering. En dan weet je nog niet zeker of het allemaal goed zit, mocht er toch een verborgen gebrek zijn. De discussie om schade te verhalen op de verkoper haal je in dit concept weg. Ik vraag me wel af hoe de verzekeraar grip houdt op de risico’s. Controleert de verzekeraar de staat van de auto bij de acceptatie? En op basis waarvan worden de risico’s ingeschat? Alleen op leeftijd van de auto? Dat zou wel heel summier zijn. De premie lijkt in elk geval op voorhand erg laag, gelet op de risico’s. Met die vragen blijf ik achter.”

 

Bob van Leeuwen: ‘Is het gevalideerd?’

“Er zou een markt voor kunnen zijn. Zelf heb ik ook eens een auto particulier verkocht en je geeft niet zo makkelijk je sleutels af voor een proefrit. Maar ik heb ook wat vraagtekens bij het concept,” meldt innovatie- en businesscoach Bob van Leeuwen. Hij werkte als innovatiemanager voor Achmea en Interrpolis en heeft nu een bedrijf in merkpositionering (Bob & Bart). Daarnaast coacht hij al jarenlang start-ups. “Het is wel heel erg vanuit een verzekeringsproduct geschreven. De technische informatie over het product voert de boventoon terwijl je moet aanspreken op de emotie: onzekerheid. Ik vraag me af of dit concept is gevalideerd. Valideren zou eenvoudig kunnen door mensen op te zoeken die particulier een auto hebben verkocht en ze te vragen hoe ze dat hebben gedaan.”

 

“De eerste vraag is of mensen het als een probleem ervaren. De tweede vraag is of mensen iets hebben gedaan om dat probleem op te lossen, bijvoorbeeld door zelf mee te rijden tijdens de proefrit. Daarna wil je toetsen of mensen geld willen betalen voor een oplossing en specifiek voor jouw oplossing. Mensen gaan pas betalen als ze zelf een probleem zien en als je ze op het juiste moment weet aan te spreken. Toen ik mijn auto verkocht had ik de angst dat de potentiële koper er met mijn auto vandoor zou gaan. Dat heb ik toen opgelost door zelf mee te rijden. Als ze het concept hebben gevalideerd, is dit een superoplossing. Toch moet je die validatie opnieuw doen als je hetzelfde product van België naar Nederland wilt brengen. Wij Nederlanders hebben wellicht andere dekkingen in onze polissen of we zijn minder risico-avers. Al lijkt dat laatste onwaarschijnlijk aangezien Nederlanders een van de best verzekerde mensen op aarde zijn.”

 

Eerste publicatie door Cindrea Limburg op 7 jun 2018

Laatste update: 7 jun 2018

Eigen Huis waarschuwt voor 40-jarige startershypotheek ASR

De onlangs door ASR gelanceerde starterslening die in 40 jaar annuïtair afgelost mag worden met 30 jaar renteaftrek kan nog niet op groot enthousiasme rekenen van Vereniging Eigen Huis. De belangenclub van huizenbezitters waarschuwt voor “grote nadelen” die aan deze hypotheekconstructie zitten.

 

Eigen Huis waarschuwt voor 40-jarige startershypotheek ASR

In een blog op de site van de ledenvereniging noemt jurist Tjalling Letterie de lagere maandlasten van de startershypotheek met 40 jaar looptijd “welkom voor starters”. “Zeker in de eerste jaren heb je als startende huiseigenaar hoge kosten en zit je in een strak fiscaal keurslijf. Je bent verplicht om een hypotheeklening in dertig jaar af te lossen”, schrijft hij.

 

Langer betalen

ASR lanceerde vorige maand daarom een verlengde annuïteitenhypotheek die alleen kopers van een eerste woning kunnen afsluiten. Aflossen gebeurt in 40 jaar, waarbij de eerste 30 jaar de rente fiscaal aftrekbaar is. De hypotheekverstrekker heeft het product daarvoor opgedeeld in twee leningdelen: een die in de eerste 30 jaar wordt afgelost en een die in de laatste 10 jaar wordt afbetaald.

 

Letterie wijst erop dat je weliswaar lagere maandlasten hebt, maar wel langer betaalt. “Je moet de tweede lening in de laatste tien jaar immers ook nog aflossen. De startershypotheek kost dus uiteindelijk meer geld.” Dat geeft ASR overigens zelf ook aan op de eigen website.

 

Daarnaast benadrukt Eigen Huis dat je over het tweede leningdeel geen recht hebt op renteaftrek. “Omdat je met lening 2 niet de woning betaalt, maar alleen de rente en aflossing van lening 1, is deze lening fiscaal gezien geen eigenwoningschuld”, legt Letterie uit.

 

Flinke nadelen

“Aan de startershypotheek met een looptijd van veertig jaar zitten dus flinke nadelen”, besluit de fiscaal jurist zijn blog. “Mijn advies: kijk ook naar hypotheekverstrekkers die een ‘normale’ annuïteitenlening aanbieden tegen een aantrekkelijk rentepercentage. De maandlasten zijn dan misschien iets hoger, maar je hebt voor de hele schuld recht op hypotheekrenteaftrek en de hypotheek is na dertig jaar afbetaald.”

 

Eerste publicatie door Paul de Kuyper op 1 jun 2018