Movir-klant eist tevergeefs provisie terug van tussenpersoon

Een klant die gebruikmaakte van zijn recht op provisietransparantie, heeft het antwoord van zijn adviseur aangegrepen om geld terug te eisen. De provisie die Movir aan tussenpersoon Eijgendaal & Van Romondt betaalde voor zijn twee arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, vond hij niet in verhouding staan tot de geleverde werkzaamheden. Het voorstel om de polissen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 provisievrij te maken, wees de klant af. De geschillencommissie van Kifid oordeelde in een bindend advies dat de klacht onterecht was.

 

Movir-klant eist tevergeefs provisie terug van tussenpersoon

De consument stelde dat hij de hoogte en opbouw van de aov’s destijds met zijn accountant had afgestemd. Omdat Movir bij het afsluiten in november 1998 en maart 2000 alleen met tussenpersonen werkte, werden de verzekeringen ondergebracht bij een niet nader genoemd assurantiekantoor. In 2007 werd dat kantoor en de portefeuille overgenomen door Eijgendaal & Van Romondt. Tien jaar later vraagt de klant welke provisie Movir betaalt en welke werkzaamheden daar tegenover staan.

 

‘Geen werkzaamheden’

Omdat de klant beweert dat er nooit advies geweest is en de enige werkzaamheden omtrent de verzekeringen in verband staan met zijn vragen over de provisie, eist hij 30.000 euro aan provisie terug.

 

Eijgendaal & Van Romondt heeft naar aanleiding van de claim navraag gedaan bij de vorige eigenaar van de portefeuille. Die geeft aan dat de polis wel degelijk gesloten is na overleg en advies aan de klant over de hoogte van de dekking. In de onderhoudsgesprekken is volgens de nieuwe tussenpersoon altijd de volledige portefeuille besproken. Dus ook de aov’s. In 2010 is de klant bezocht en daarna is er meerdere keren telefonisch contact geweest over de verzekeringen.

 

Redelijk percentage

Tijdens al deze contacten heeft de klant aangegeven dat hij geen aanpassing van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wenste. De tussenpersoon voert daarbij aan dat het provisiepercentage op de verzekeringen 12,5 procent bedraagt, volgens hen een redelijk tarief ten opzichte van de gebruikelijke percentages van 17,5 tot 20 procent. De klant werd in herinnering gebracht dat de tussenpersoon in het geval van schade de complete afwikkeling doet zonder aanvullende kosten.

 

18 schadegevallen

Uit het overzicht dat de consument opvroeg, blijkt dat er sinds 1 januari 2013 een bedrag van 6.777 euro aan provisie betaald werd voor de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De klant had ook nog andere verzekeringen in de portefeuille. In het overzicht maakte de tussenpersoon ook zichtbaar dat het andere advies- en beheerwerkzaamheden had verricht, waaronder de afhandeling van achttien verschillende schadegevallen. Eijgendaal & Van Romondt betoogde dat de dienstverlening van toepassing is op het complete pakket en dat niet op polisniveau bekeken moet worden welke werkzaamheden zijn verricht.

 

Om de klagende consument tegemoet te komen, stelde het advieskantoor voor om de polis met terugwerkende kracht vanaf 1 januari provisievrij te maken en voort te zetten op fee-basis. Dat zou gelijkstaan aan een restitutie van 1.080 euro. De klant wees dat voorstel af en stapte naar het Kifid.

 

Navraag

De geschillencommissie heeft niet veel woorden nodig om de claim af te wijzen. “Consument stelt dat hij de verzekeringen zelf heeft gesloten en daarna bij een tussenpersoon heeft ondergebracht. Tussenpersoon betwist dit. Navraag bij [naam assurantiekantoor] zou hebben uitgewezen dat deze tussenpersoon Consument heeft geadviseerd, de verzekeringen heeft gesloten en de verzekerde sommen in overleg met Consument heeft vastgesteld. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de verzekeringen niet door bemiddeling van de tussenpersoon zijn tot stand gekomen””, schrijft het Kifid.

 

Afgewezen

“De Commissie is van oordeel dat het Movir vrij staat een deel van de premie aan Tussenpersoon te betalen voor door deze verrichte diensten aan Consument. Uit de stukken is overigens gebleken dat door Tussenpersoon voor de provisie daadwerkelijk werkzaamheden in opdracht van en ten behoeve van Consument zijn verricht. Deze bestaan in ieder geval uit het voeren van onderhoudsgesprekken. De omstandigheid dat tijdens deze gesprekken is vastgesteld dat geen wijziging behoeft te worden doorgevoerd, doet hieraan niet af.”

 

De geschillencommissie vond daarom geen grond voor een vergoeding van de tussenpersoon aan de consument. De claim werd afgewezen in een bindende uitspraak.

 

Eerste publicatie door Bart van de Laak op 23 nov 2018

Laatste update: 23 nov 2018

Ollongren houdt vast aan energielabel, ruim 1 miljoen euro aan boetes ten spijt

Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) is niet van plan het verplichte energielabel voor woningen af te schaffen. De minister stelt dit in antwoord op diverse Kamervragen over vermeend gesjoemel met de labels en de beboeting van woningeigenaren die in gebreke blijven. Volgens Ollongren is Nederland op grond van Europese regelgeving verplicht om het energielabel te handhaven.

 

Ollongren houdt vast aan energielabel, ruim 1 miljoen euro aan boetes ten spijt

Enkele maanden geleden werd via BNR bekend dat de Inspectie Leefomgeving en Transport sinds de invoering van het verplichte energielabel in 2015 al ongeveer € 1,1 miljoen aan boetes heeft uitgedeeld aan woningeigenaren die niet over zo’n label beschikken. Op het ontbreken staat een boete van ruim € 400.

 

Overmacht of onwetendheid

Volgens de Ollongren ligt het nalevingspercentage momenteel rond de 90%. Dat sommige mensen toch niet op tijd een energielabel aanvragen is volgens haar in veel gevallen te wijten aan overmacht of onwetendheid. “Soms gaat men er ten onrechte vanuit dat het voorlopige energielabel volstaat, maar het komt ook voor dat men moeite heeft met de digitale tool of de woning snel wil verkopen en het aanvragen van een energielabel te veel gedoe vindt. RVO.nl voert regelmatig verbeteringen door in het registratieproces op basis van dit soort signalen. Zo is het sinds kort voor woningeigenaren mogelijk om een ander te machtigen om het energielabel aan te vragen. (…) Daarnaast bekijk ik momenteel hoe verkopers nog beter vooraf geïnformeerd kunnen worden over het verplichte energielabel bij verkoop.”

 

Rond € 11

Ze wijst in antwoorden op Kamervragen op de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD) op grond waarvan, wanneer een woning wordt verkocht, een energielabel getoond en overhandig moet worden aan de koper. “Nederland is als lidstaat verplicht de richtlijn te implementeren en heeft de verplichting opgenomen in het Besluit energieprestatie gebouwen (artikel 2.1 lid 4). Er kan geen uitzondering van deze verplichting gemaakt worden voor kopers en verkopers die het eens zijn geworden over de staat van de woning.” Volgens Ollongren zijn de kosten  van het laten registreren van een vereenvoudigd energielabel bewust zo laag mogelijk gehouden (rond 11 euro). “Het vereenvoudigd energielabel is een bewustwordingsinstrument en geeft de woningeigenaar en koper inzicht in de energieprestatie van de woning. Ik zie het dan ook niet als een zinloze extra kostenpost.”

 

Minder bieden

Volgens de minister is de betrouwbaarheid van het vereenvoudigde energielabel hoog. Ze gaat ook niet mee in de kritiek dat het hebben van een (al dan niet fictief) zo hoog mogelijk energielabel er voor voornamelijk voor bedoeld is om de verkoopprijs van de woning op te drijven. “Nee, ik deel deze mening niet. Het vereenvoudigd energielabel geeft een globale indicatie van de energetische kwaliteit van de woning en van de maatregelen die nog genomen kunnen worden om deze te verbeteren. De koper kan dit in overweging nemen bij het bepalen van zijn bod op een woning door bijvoorbeeld minder te bieden op een onzuinige woning. Het doel van het energielabel is bewustwording en inzicht in bespaarmogelijkheden.”

 

Eerste publicatie door Robert Paling op 19 nov 2018

Laatste update: 19 nov 2018

Financieel Stabiliteitscomité bespreekt maatregelen tegen oververhitte huizenmarkt

Het Financieel Stabiliteitscomité heeft verkennende gesprekken gevoerd om oververhitting op de woningmarkt tegen te gaan. In deze eerste inventarisatie heeft het comité vooral kritische constateringen gedaan. Het verslag rept onder meer over de rol van taxateurs en de wijze van kredietverstrekking. In het FSC zijn medewerkers van DNB, AFM en het ministerie van Financiën vertegenwoordigd.

 

Financieel Stabiliteitscomité bespreekt maatregelen tegen oververhitte huizenmarkt

Om tot een evenwichtige ontwikkeling van de huizenmarkt te komen, wil het comité procyclische effecten voorkomen. Volgens het FSC bestaat er een risico dat nieuwe prijsstijgingen kunnen leiden tot een zichzelf versterkende dynamiek waardoor consumenten worden aangezet tot riskant leengedrag. “Het comité heeft besproken of dit wordt versterkt door bestaande biedingspraktijken of door taxaties die teveel gebaseerd zijn op de koopsom die niet gelijk hoeft te zijn aan de daadwerkelijk onderliggende economische waard”, schrijft het FSC in het verslag.

 

Nauwelijks een rem

Het comité is ook kritisch op de effecten van de wijze van hypotheekverstrekking. “In de huidige situatie vormt de LTV-limiet nauwelijks een rem op de kredietverlening, omdat bij stijgende huizenprijzen de onderliggende waarde ook toeneemt. Verder geldt dat de thans gehanteerde NIBUD-systematiek ten aanzien van de loan-to-income (LTI) de procyclische effecten in de huizenmarkt versterkt. Het NIBUD richt zich op het netto beschikbaar inkomen. Dit heeft tot gevolg dat de leenmogelijkheden in de huidige markt toenemen, mede als gevolg van de lastenverlichting die het kabinet gepland heeft.”

 

Risicogewicht

Het FSC spreekt wel voorzichtig over de mogelijkheid van het voortijdig invoeren van nieuwe bankenregels. “Het activeren van de contracyclische kapitaalbuffer leidt tot extra kapitaal bij banken, maar heeft naar verwachting een beperkt effect op de kredietverlening en prijsontwikkeling. Het kapitaalraamwerk voor banken (Bazel 3.5) leidt tot hogere risicogewichten voor hypotheken; implementatie hiervan zou naar voren kunnen worden gehaald.”

 

Behalve de huizenmarkt stonden ook de Brexit en andere macro-economische risico’s voor de financiële markten op de agenda. In februari vindt de volgende FSC-vergadering plaats, waarin het comité verder zal praten over eventuele beleidsmaatregelen voor de woningmarkt.

 

Eerste publicatie door Bart van de Laak op 12 nov 2018

Laatste update: 12 nov 2018

Beursmalaise verpest pensioenoptimisme van september

Het zag er even goed uit voor de pensioenfondsen in september. Voor sommige fondsen leek het gevaar voor kortingen geweken, anderen konden zelfs voorzichtig naar indexatie kijken. De koersdalingen op de aandelenbeurzen hebben dat optimisme hardhandig verjaagd. Uit de Pensioenthermometer van Aon blijkt dat de gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen in oktober met drie procentpunt gedaald is van 110 naar 107 procent.

 

Beursmalaise verpest pensioenoptimisme van september

“De klappen op de beurzen van deze maand laten zien hoe fragiel het herstel van de fondsen is. Gevoelsmatig lijken zij weer terug bij af en de kortingsdreiging voor een aantal pensioenfondsen ligt weer op tafel,” zegt CEO van Aon Retirement & Investment Frank Driessen. De Aon-directeur herhaalde nog eens het mantra over kortingen: “Pensioenfondsen moeten zich voorbereiden op een periode van grote onzekerheid. Fondsen in de gevarenzone moeten zich goed voorbereiden op eventuele kortingen door duidelijke communicatie naar de deelnemers.”

 

Zonder polder

Driessen benadrukt ook het belang van een pensioenakkoord voor de sector. “Eventuele kortingen, naast het gemis aan indexatie, komt de beeldvorming over ons pensioenstelsel helaas niet ten goede. Wij hopen dat de onderhandelingen over ons pensioenstelsel snel tot een concreet resultaat leiden.” Of dat pensioenakkoord bereikt wordt met onderhandelingen is maar de vraag. Gisteren meldde de Telegraaf dat minister Wouter Koolmees bereid is de polder over te slaan voor een nieuw pensioenstelsel.

 

Eerste publicatie door Bart van de Laak op 2 nov 2018

Laatste update: 2 nov 2018