Grootste prijsstijging koopwoningen in 14,5 jaar (22 januari 2017)

 

huis_te_koopBestaande koopwoningen waren in december 6,7 procent duurder dan in december 2015. Dat is de hoogste prijsstijging na mei 2002. Met december is ook het jaarcijfer bekend. In 2016 waren bestaande koopwoningen gemiddeld 5 procent duurder dan in 2015. Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van CBS en het Kadaster.

Prijzen 13,6 procent hoger dan tijdens dal in juni 2013
In augustus 2008 bereikten de woningprijzen een piek. Vervolgens daalden de prijzen tot een dieptepunt in juni 2013. Sindsdien is er sprake van een stijgende trend. Ten opzichte van de piek is het prijsniveau 10,8 procent lager. Vergeleken met het dal zijn de prijzen gemiddeld 13,6 procent hoger. Het gemiddelde prijsniveau van de bestaande koopwoningen is in december 2016 even hoog als in november 2005.

Weer meer bestaande koopwoningen verkocht
Het Kadaster bracht afgelopen dinsdag naar buiten dat het in december 25.280 verkochte woningen registreerde. In 2016 zijn er in totaal 214.793 woningen verkocht. Dat is 20,5 procent meer dan in 2015 en het hoogste aantal transacties sinds het begin van het onderzoek in 1995 naar de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen.

Koopwoningen Rotterdam duurder dan in 2008
Koopwoningen in Rotterdam waren in het vierde kwartaal van 2016 voor het eerst weer duurder dan voor de crisis. In alle provincies waren bestaande koopwoningen duurder dan in het vierde kwartaal van 2015. Het aantal verkochte koopwoningen is het hoogste ooit. Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van CBS en het Kadaster.De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in Rotterdam een piek in het derde kwartaal van 2008. Daarna daalden de prijzen met bijna 16 procent tot een dieptepunt in het tweede kwartaal van 2013. Nu, meer dan drie jaar na het dieptepunt, liggen de prijzen 2 procent boven het niveau in 2008. Van de vier grootste steden ligt alleen in Den Haag het prijsniveau nog onder de piek in 2008.

Woningen overal duurder dan vorig jaar
Bestaande koopwoningen in de vier grote steden waren fors duurder dan vorig jaar. Amsterdam spant de kroon met een prijsstijging van 14,4 procent. Op provinciaal niveau was onder meer daardoor de gemiddelde prijsstijging met 9,2 procent het grootst in Noord-Holland.

In de provincies Utrecht en Zuid-Holland waren de koopwoningen respectievelijk 7,9 en 6,1 procent duurder dan in het vierde kwartaal van 2015. Van de niet-Randstadprovincies waren alleen de prijsstijgingen in Groningen en Flevoland, met respectievelijk 6,8 en 6,3 procent, groter dan gemiddeld in Nederland (6,1 procent).

Ook alle woningtypen duurder
Van alle woningtypen waren de prijzen in het vierde kwartaal van 2016 hoger dan een jaar eerder. Met 8,6 procent was de prijsstijging van appartementen het grootst. Vrijstaande woningen stegen met 4,3 procent het minst in prijs ten opzichte van het vierde kwartaal van 2015.

Hoogste aantal verkopen ooit
Er zijn 214 793 bestaande koopwoningen in 2016 verkocht. Dat is het hoogste aantal sinds het begin van het onderzoek in 1995. Met het aantal transacties is een bedrag gemoeid van ruim 52 miljard. Vooral de maand december was met 25 280 verkopen een uitschieter.

In alle provincies waren de verkoopaantallen hoog. Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant registreerden een recordaantal verkopen sinds de meting.

Ook voor alle woningtypen waren de verkoopaantallen in 2016 hoog en fors meer dan in 2015. Appartementen, hoekwoningen en vrijstaande woningen registreerden het hoogste aantal verkopen dat ooit gemeten is.

Topambtenaar bepleit verplichte AOV voor zzp’er

camps_maarten

Maarten Camps, directeur generaal van het ministerie van Economische Zaken, is een voorstander van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Een proef met een opt-out verzekering zou de inkomensgrens voor zo’n verzekering moeten bepalen. Camps stelt dit in zijn nieuwjaarsartikel in economenblad Economisch Statistische Berichten (ESB).

In het artikel wijst Camps op de ongelijke behandeling van werknemers, die sociale premies moeten betalen en daar inkomenszekerheid voor terugkrijgen, en zzp’ers die deze plicht niet hebben. “Deze binaire opzet maakt dat twee groepen suboptimaal worden bediend . Enerzijds de afhankelijke zelfstandigen: zelfstandigen die behoefte hebben aan afdekking van risico’s, maar dit in volledige vrijheid onvoldoende weten te organiseren. Anderzijds de zelfredzame werknemers: werknemers die baat zouden hebben bij meer keuzevrijheid om de verzekeringen die zij afnemen beter aan te laten sluiten op hun persoonlijke omstandigheden en voorkeuren, mede gezien hun risicodraagkracht.”

Gevolg is een patstelling
De moeilijkheid om dit verschil te overbruggen schuilt volgens Camps in het feit dat niet duidelijk is welke werkenden afhankelijk zijn en welke juist zelfredzaam. Deze vraag krijgt vooral aandacht bij de zelfstandigen. “Sommigen stellen voor om simpelweg alle zelfstandigen te verplichten zich te verzekeren. Anderen vinden dat veel te ver gaan. Het gevolg is een patstelling. Die patstelling zou doorbroken kunnen worden door, al lerend, beter inzicht te krijgen in hoe afhankelijke zelfstandigen kunnen worden herkend. Maar dan moeten we wel durven te experimenteren.”

Geschikte inkomensgrens
Concreet denkt de topambtenaar aan een proef voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. In deze proef zijn zelfstandigen verzekerd voor arbeidsongeschiktheid met een opt-out – ze kunnen dus van de verzekering afzien. “Mogelijk ontstaat er rond een bepaald inkomensniveau een onderscheid tussen zelfstandigen die wel en zij die niet voor de opt-out kiezen. Dat zou dan een geschikte inkomensgrens kunnen zijn voor de introductie van een verplichte verzekering voor zelfstandigen. Maar de conclusie van het experiment kan ook zijn dat de automatische verzekering met opt-out gehandhaafd wordt voor alle inkomensgroepen. Uiteraard is dit ook afhankelijk van de gewenste vorm van solidariteit.

Ook voor werknemers
Op termijn biedt deze aanpak volgens Camps ook kansen om een stap verder te gaan. “Want als we verzekeringen beter kunnen laten aansluiten bij de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van zelfstandigen, dan moet het ook mogelijk zijn om hetzelfde te realiseren bij werknemers. Daarbij zouden we dan de ervaring die is opgedaan met dit experiment kunnen gebruiken. Op den duur zou zo de kloof tussen werknemers en zelfstandigen kunnen worden verkleind.”

Zelfde pleidooi van Walta
De onderverzekering bij zelfstandigen is al langer een thema binnen en buiten de politiek. Bernardo Walta, commercieel directeur bij De Goudse Verzekeringen hield onlangs ook een pleidooi op amweb voor een verplichte AOV voor zzp’ers.

BKR-registratie vervroegd naar drie maanden betalingsachterstand (8 januari 2017)

zak-geld

Vanaf 1 januari leiden achterstanden op de hypotheekbetaling eerder tot een negatieve notering bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Met een negatieve BKR-registratie zijn de mogelijkheden om nieuwe leningen aan te gaan zeer beperkt, zo waarschuwt Vereniging Eigen Huis.

In plaats van na 120 dagen registreert het BKR vanaf 1 januari achterstanden op de hypotheekbetaling al na 3 maanden. Dit sluit volgens het BKR meer aan bij internationale standaarden. Banken moeten hierdoor achterstanden eerder bij het BKR melden.

Met eigen code geregistreerd
Vanaf 1 januari worden restschulden die ontstaan zijn na verkoop van de eigen woning met een eigen code bij het BKR geregistreerd. Hierdoor is de aard van de schuld beter zichtbaar en dus kan een consument beter controleren of zijn BKR-notering terecht is.

Registratie abonnement gsm
Eigen Huis haalt ook de BKR-registratie van gsm-abonnementen aan. Als 250 euro of meer van de toestelprijs in het abonnementsgeld wordt verrekend, moet dit vanaf 1 mei 2017 als lening bij het BKR worden gemeld. “De invloed van kleine kredieten met een korte looptijd op de maximale hypotheek is relatief groot”, aldus Eigen Huis. Eerder al werd duidelijk dat ook de mogelijkheid tot roodstaan en private leasecontracten de hypotheekmogelijkheden beperken.

Fiscale regels bij aflossing spaarhypotheek versoepeld (1 januari 2017)

hypotheekHuizenbezitters met een spaar- of beleggingshypotheek kunnen deze sinds gisteren in veel gevallen zonder belastingheffing afkopen bij aankoop van een nieuwe woning. Platform Wijzer in geldzaken roept consumenten die overwegen dit te doen wel op eerst alle gevolgen goed af te wegen.

Tot nu gold de verplichting om minstens 15 jaar of 20 jaar premie in te leggen om gebruik te kunnen maken van de belastingvrijstelling waarbij je het opgebouwde bedrag gebruikt voor aflossing van de hypotheek. Vanaf 1 januari is deze eis ook bij verhuizing naar een andere koopwoning komen te vervallen. Dat betekent dat vermogen dat is opgebouwd eerder dan de genoemde 15 of 20 jaar zonder belastingheffing kan worden ingezet om de hypotheek af te lossen.

Aflossen geeft keuzevrijheid nieuwe hypotheek
Sinds 2013 krijgen huizenkopers alleen hypotheekrenteaftrek als ze de hypotheek jaarlijks en binnen dertig jaar helemaal aflossen. Spaarhypotheken voldoen niet aan deze eis. Mensen die voor die tijd al zo’n hypotheek hadden, hebben het recht op renteaftrek behouden. Zij kunnen deze hypotheek bij een verhuizing meenemen, maar in de praktijk blijkt dat ingewikkeld. Hierdoor is de keuze voor huizenkopers met zo’n oude hypotheek beperkter. Als ze het spaarsaldo nu inzetten voor aflossing, zijn ze daarna vrij in een keuze voor een hypotheekverstrekker.

Kosten aan het begin van de looptijd
Iemand die verhuist en ervoor kiest het opgebouwde saldo te gebruiken voor aflossing, moet volgens Wijzer in geldzaken wel op een aantal zaken letten. “Bij een spaarhypotheek zitten de kosten vaak aan het begin van de looptijd. Voortijdig aflossen hoeft daardoor niet per se financieel gunstig te zijn. Een ander belangrijk punt: wat komt erin de plaats voor het deel van de hypotheek dat overblijft na aflossing? Dit is afhankelijk van de persoonlijke financiële situatie. Soms kan dat, met behoud van renteaftrek, een aflossingsvrije hypotheek zijn. Deze keuze kan wel tot een hogere resthypotheek aan het einde van de looptijd leiden dan wanneer was doorgegaan met opbouwen.”

Kerst is ook een feest voor inbrekers (AM 22-12-2016)

inbrekers

Tijdens de Kerstdagen ontvangen verzekeraars gemiddeld twee keer zoveel claims naar aanleiding van woninginbraken als op normale dagen. Dat blijkt uit de Risicomonitor Woninginbraken van het Verbond van Verzekeraars. Verder zien verzekeraars het aantal inbraakclaims voor het derde jaar op rij dalen.

Het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) noteerde in 2015 38.345 inbraakclaims, 18% minder dan in 2014. In bijna alle provincies is het aantal inbraakclaims in vergelijking met 2014 gedaald. “We zien dat steeds meer mensen maatregelen nemen, zoals buurtpreventieteams en WhatsApp-groepen, en dat de aanpak van de politie werkt”, aldus algemeen directeur Richard Weurding. Alleen in Noord-Holland en Zeeland is het aantal claims naar aanleiding van woninginbraken ongeveer gelijk gebleven.

Piek inbraakclaims tijdens kerst
Ondanks de dalende trend zien verzekeraars al jaren een piek tijdens Kerst. “De ene helft van Nederland is weg van huis en zit aan tafel bij de andere helft van Nederland. Daar maken inbrekers goed gebruik van”, aldus Weurding. Tijdens Kerst ontvangen verzekeraars gemiddeld 248 inbraakclaims per dag, terwijl op een normale dag gemiddeld 126 claims ingediend worden. “Goed hang- en sluitwerk vermindert de kans op inbraken, want dat blijkt ook dit jaar weer uit de risicomonitor, maar op de korte termijn kan je ook bijvoorbeeld aan je buren vragen of ze tijdens de feestdagen extra willen opletten.”

Inbraakclaims bij auto’s vooral in najaar
Dat ook in dit geval de Cruijffiaanse logica geldt dat ieder nadeel zijn voordeel ‘heb’ blijkt als wordt gekeken naar het aantal inbraakclaims bij auto’s. Verzekeraars ontvangen gemiddeld 215 claims per dag naar aanleiding van inbraken in auto’s. In het najaar zijn veel uitschieters te zien van 250 tot 300 claims per dag. Opvallend is de sterke daling tijdens Kerst. Het Verbond vermoedt dat bezoek met de auto aan familie of vrienden hiervan de reden is.

Privacywetgeving bepaalt toekomst financiële sector (19/12/2016)

cpb

De mate waarin financiële instellingen in de toekomst gegevens over klanten met elkaar mogen combineren, bepaalt de toekomst van de financiële sector. De vraag is in welke mate dit vanuit privacy-oogpunt toegestaan zal worden. Ook de mate van coördinatie binnen Europa zal zijn stempel drukken op hoe de financiële sector eruit gaat zien. Op basis van deze twee factoren onderscheidt het Centraal Planbureau (CPB) vier mogelijke toekomstscenario’s.

Zo is het in de toekomst mogelijk dat het financiële systeem wordt gedomineerd door nationale banken; door grote Europese banken; door (eenvormige) grote internationale technologiebedrijven of door een diversiteit aan technologiebedrijven.

Beleidsmakers bij de overheid hebben invloed op de weg die we in Nederland op gaan. De scenario’s bieden inzicht in nieuwe vragen die op beleidsmakers af komen en bieden handvatten voor antwoorden, zoals nieuwe vormen van toezicht. Dat staat in het vandaag verschenen onderzoek ‘De toekomst van de Nederlandse financiële sector’ van het CPB.

Onder de verzamelnaam FinTech ondernemen nieuwe en bestaande bedrijven in verschillende delen van de financiële sector vernieuwende activiteiten en diensten, waarbij het opslaan en interpreteren van grote hoeveelheden data over bedrijven en personen centraal staat. De vraag is hoe dit de financiële sector zal veranderen. Hoewel de functies die banken hebben in de economie zullen blijven bestaan, verschilt het per scenario wie deze functies in de toekomst gaat vervullen. Aan de ene kant kunnen FinTech bedrijven banken langzamerhand verdringen. Aan de andere kant kunnen banken FinTech bedrijven ook absorberen. De opkomst van FinTech biedt banken immers ook kansen om hun dienstverlening te verbeteren en kosten te drukken.

Hoe financiële instellingen de nieuwe mogelijkheden die FinTech biedt gaan gebruiken, hangt af van de privacywetgeving, van belemmeringen voor nieuwe toetreders als gevolg van streng bankentoezicht, maar ook van de verwachtingen van consumenten over hoe financiële instellingen met hun gegevens omgaan. Daarnaast is de vraag hoe nieuwe risico’s het financiële systeem veranderen. De opkomst van technologiebedrijven in het financiële systeem kan ervoor zorgen dat financiële schokken buiten het traditionele financiële systeem belangrijker worden. Denk aan het wegvallen van een cruciale IT-component in de financiële waardeketen, maar ook aan cyberaanvallen die essentiële functies uitschakelen en zo het vertrouwen in financiële instellingen ondermijnt.

Ook de Europese coördinatie van financiële markten zal zijn stempel drukken op hoe de sector eruit gaat zien. Politieke steun voor (verdergaande) Europese coördinatie is niet vanzelfsprekend. De vraag is verder hoe Europees toezicht risicozoekend gedrag van banken kan inperken en kan voorkomen dat de financiële sector zich aan toezicht onttrekt. Als de Europese coördinatie afneemt en er meer nationaal beleid is, zal beleidsconcurrentie tussen landen toenemen en de verschillen in toezicht groeien en daarmee ook de mogelijkheden om onder dit toezicht uit te komen.

Het CPB publiceert regelmatig scenariostudies met als doel het beleid op lange termijn te ondersteunen. Een scenariostudie is geen voorspelling en het CPB spreekt geen voorkeursvariant uit.

AFM wijzigt hypotheekregels (AD 12/12/2016)

huizen

De Autoriteit Financiële Markten wijzigt een belangrijke regel rond de hypotheekverstrekking. Voortaan geldt niet langer het moment dat huizenkopers een lening aanvragen als officiële peildatum, maar het moment dat de bank akkoord gaat.

Dat wordt deze week door het Kabinet bekendgemaakt, bevestigen meerdere banken en verzekeraars, die pas enkele dagen geleden door de AFM zijn ingelicht. De aanpassing is een gevolg van de nieuwe Europese hypotheekregels die sinds medio juli van kracht zijn.

De gevolgen kunnen verstrekkend zijn. Een hypotheek rond krijgen duurt bij de meeste banken gemiddeld vier weken. Door de nieuwe regel dreigen hypotheken die afgelopen weken zijn aangevraagd onder de nieuwe leennormen van 2017 te vallen. Die zijn een stuk strenger: komend jaar kan nog slechts 101 procent van de marktwaarde worden geleend, een procent minder dan nu. Kopers moeten daardoor duizenden euro’s extra spaargeld meebrengen. Ook de inkomenseisen veranderen, waardoor de maximale hypotheek daalt. Bij een jaarinkomen van 35.000 euro scheelt dat ruim 5600 euro
Overgang
Om grote onrust op de al oververhitte woningmarkt te voorkomen stelt de AFM een overgangsregeling in: als banken uiterlijk op 1 februari 2017 hun lopende hypotheekaanvragen goedkeuren, geldt het oude leenregime van 2016.
Makelaarsclub NVM noemt het raar dat de AFM vlak voor het jaareinde ineens met de aanpassing komt. Zeker nu het topdruk is. ,,Het was verstandiger geweest te wachten tot begin 2017,” zucht Roeland Kimman. Hij drukt banken en AFM op het hart huizenkopers niet de dupe te laten zijn. ,,Dit wordt krap. Het kan niet zo zijn dat de bank je offerte goed heeft gekeurd, maar de hypotheek straks toch niet geldig is.”

Tijdsdruk
ABN Amro stelt in een reactie goed in staat te zijn hypotheekaanvragen voor 1 februari af te handelen. Tegelijk waarschuwt de bank: ,,Mensen moeten extra opletten en nóg beter plannen dat zij benodigde stukken tijdig bij ons aanleveren,” zegt ABN-woordvoerder Karen de Vries. ,,Bespreek dat goed met je hypotheekadviseur. Soms is een medische keuring vereist. Als je dan pas over drie weken bij een arts terecht kunt, heb je echt een probleem.”
Hypotheekadviseur Harrie-Jan van Nunen uit Den Bosch maakt zich zorgen, de overgangsregeling en geruststelling van ABN Amro ten spijt. ,,Die termijn zet alleen maar extra druk op de hypotheekverstrekking, bezorgde kopers gaan hun bank suf bellen. Gezien de hausse aan aanvragen door de gestegen rente in de afgelopen weken en de traditionele eindejaar drukte kan dit voor flinke chaos zorgen.”

De AFM is gevraagd om een reactie, maar kon die gisteren niet geven.

‘Let op!’-melding verandert leengedrag niet

kosten-lening

De waarschuwing ‘Let op! Geld lenen kost geld’ die sinds 2009 verplicht in kredietreclames is opgenomen, heeft geen onmiddellijk effect op het gedrag en de houding van consumenten wanneer zij online een krediet afsluiten. Dat concluderen de AFM en het ministerie van Financiën in een gezamenlijk rapport over de effectiviteit van de waarschuwing.
Het rapport is gebaseerd op een experiment in de online verkoopomgeving van een aanbieder. Er werden onder meer diverse nieuwe varianten gebruikt van de inmiddels bekende kreet. Daarnaast is consumenten een fictieve kredietreclame getoond en daarna gevraagd wat zij vonden van de reclame en van geld lenen in het algemeen. “Het onderzoek toont geen invloed aan van de waarschuwing op hoe vaak consumenten op banners klikken, de wijze waarop zij zich oriënteren op de website en de keuzes die zij maken bij het aanvragen van een offerte. Ook kon geen invloed worden aangetoond op de attitude van consumenten ten aanzien van geld lenen, de voorgenomen handelswijze en de manier waarop consumenten kredietreclames ervaren.”
Averechts
Sterker nog: als een waarschuwing wordt gezien, lijken consumenten zelfs eerder geneigd een krediet te sluiten: “Zo zien we dat consumenten zonder lening iets positiever tegenover geld lenen staan wanneer zij de huidige kredietwaarschuwing te zien krijgen, dan wanneer geen waarschuwing werd getoond (3,12 versus 2,78 op een schaal van 7). Daarnaast zien we dat consumenten met een lening die geen kredietwaarschuwing te zien krijgen, lenen vaker zonde van het geld vinden dan consumenten die de huidige kredietwaarschuwing te zien krijgen (61% versus 43%). Ook hebben consumenten met een lening die geen kredietwaarschuwing te zien krijgen vaker het voornemen de voorwaarden te lezen dan consumenten die de huidige kredietwaarschuwing te zien krijgen (92% versus 80%).”

Sociale norm
Wel heeft de waarschuwing waarschijnlijk positieve bijeffecten op gedrag in relatie tot krediet. “Zo wezen deskundigen op de mogelijke invloed van de kredietwaarschuwing op de sociale norm over lenen, waardoor er minder positief tegen lenen wordt aangekeken.” Ook maakt de waarschuwing het duidelijker dat het om een lening gaat als dat uit de omgeving niet direct blijkt. Verder blijken consumenten zelf positief over de ‘Let op!’-melding: “80% vindt het positief dat de overheid kredietverstrekkers verplicht om een kredietwaarschuwing op te nemen”.

De AFM noemt het rapport een tussenstap: “Wij adviseren de minister van Financiën om te bepalen of hij naast bewustwording andere, concrete gedragsdoelen nastreeft met de waarschuwing. Vervolgens kan worden onderzocht welke maatregelen – naast de kredietwaarschuwing – kunnen bijdragen aan de nieuw vastgestelde doelstellingen.”

Voorstel Acture: verplichte verzekering voor zzp’ers van € 100 per maand

krediet

Iedere zzp’er zou voortaan verplicht een basisverzekering moeten afsluiten voor het geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid. Deze verzekering moet zonder intredekeuring en aan alle zzp’ers worden aangeboden door verzekeraars. Dit stelt Acture, de grootste private uitvoerder van de Ziektewet.
Acture heeft berekend dat een dergelijke verzekering kan worden aangeboden vanaf €100 per maand. Volgens de uitvoerder is er vanuit politiek Den Haag belangstelling voor het voorstel dat een vangnet voor 800.000 zzp’ers zou creëren.
AOV is kostenpost
Maudie Derks, algemeen directeur van Acture: “Het zijn vooral de zzp’ers met een hoger inkomen die een AOV afsluiten. Maar ruim 80% van de zzp’ers heeft niets. Deze zzp’ers die ziek worden en die geen verzekering hebben afgesloten komen bij ziekte nu in de bijstand. Dat is een ongewenste situatie. Je wilt deze terugval in inkomen voorkomen en je wilt dus ook dat de zzp’er daar maatregelen voor treft. Alleen is een AOV over het algemeen een forse kostenpost die maar beperkt aftrek vindt. Vandaar dat wij voor een verplicht stelsel zijn met een minimumverzekering om de terugval in inkomen te stoppen en om het beroep, wat anders op de samenleving wordt gedaan te beperken.”
Verplichte karakter
Volgens Derks zien verzekeraars ‘het ook wel zitten’, maar vinden zij een verzekeringsplicht wel een voorwaarde willen zij een product aanbieden zonder intredekeuring. Aan het Financieele Dagblad laat Arjen Vrolijk, directeur verzekeringen bij ZZP Nederland, weten dat hij minder blij is met dat verplichte karakter. “Zzp’ers willen juist vrij zijn en niet een voorgeschreven invulling van het afdekken van een risico.”
Wat Derks betreft zijn politiek, verzekeraars en ZZP Nederland nu aan zet om tot een daadwerkelijke oplossing komen. “Dat kost tijd. Maar het is mogelijk en wij denken daarin graag mee.”
De vijf kernpunten uit het zzp voorstel van Acture:
De basisverzekering verleent in de eerste twee jaar dekking op het niveau van het minimumloon. Dit komt overeen met de periode waarin een werknemer in het nieuwe stelsel recht heeft op loondoorbetaling.
Vanaf het derde ziekte jaar is de dekking 70% van het minimumloon. De uitkeringen lopen maximaal door tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.
Bij melding van arbeidsongeschiktheid geldt een eigenrisicotermijn van zes weken. De uitkeringen gaan lopen nadat een bedrijfsarts in een eerste keuring de arbeidsongeschiktheid heeft beoordeeld (toetsing gelijk aan de Wet verbetering poortwachter).
De verzekering werkt met een nominale premie, analoog aan de ziektekostenverzekering. Premie-indicatie: circa Euro 100 per maand, op basis van data-analyse van Acture
Begeleiding, keuring en sanctionering van de verzekerde zijn op dezelfde leest geschoeid als bij uitvoering van de Ziektewet. Bij melding van arbeidsongeschiktheid betaalt de zzp’er eenmalig een bijdrage van € 100 om de begeleidingskosten te dekken.

Verbond: Geen voornemen voor lobby verbod op schadeprovisie

paneldiscussie-150x150

Het Verbond van Verzekeraars heeft momenteel geen voornemen om bij de evaluatie van het provisieverbod in 2017 te gaan lobbyen voor een uitbreiding van dit verbod naar schade. David Knibbe, voorzitter van het Verbond, maakte dat dinsdag wereldkundig tijdens de paneldiscussie op de am:dag. Ook verklapte hij dat het momenteel nog geen storm loopt bij het herstelloket voor beleggingsverzekeringen.

David Knibbe nam samen met Adfiz-voorzitter Wim Heeres en bestuurslid Femke de Vries van de AFM deel aan de paneldiscussie. Het was de aftrap van de am:dag in de Jaarbeurs die dit jaar met pakweg 2.000 bezoekers bijzonder goed bezocht was.
Na wat plaagstootjes van dagvoorzitter Jort Kelder over de dubbele petten van David Knibbe als voorzitter van het Verbond en bestuurslid bij NN Group, het salaris van Femke de Vries en de advieskosten die onafhankelijke adviseurs als Wim Heeres hanteren tegenover de bank, kwam het debat langzaam los.

Belang van goede samenwerking intermediair en aanbieder
In de kern komt het er volgens alle drie de deelnemers aan het paneldebat op neer dat het nog altijd schort aan vertrouwen. Vertrouwen tussen consument en branche, maar ook tussen aanbieder en adviseur. Beide vormen van het gebrekkige vertrouwen baren de AFM zorgen, zo hield De Vries de aanwezigen in de zaal voor. “Klanten moeten actief worden geholpen en daarbij is een goede samenwerking tussen aanbieder en adviseur belangrijk.” De AFM maakt zich met name zorgen om twee typen klanten: die met een beleggingsverzekering en die met een aflossingsvrije hypotheek. De Vries: “Het gaat in totaal om 500.000 huishoudens. Hoe groot het probleem totaal in geld is, valt niet te zeggen omdat veel informatie nog ontbreekt. Bijvoorbeeld of er nog spaargeld is of andere middelen die het probleem uiteindelijk kleiner kunnen maken.”

Nog geen storm bij herstelloket
Bij het gratis herstelloket voor beleggingsverzekeringen, opgericht door het Verbond van Verzekeraars, loopt het volgens Knibbe nog geen storm. Wat woordvoerder Paul Koopman van het Verbond er later toe bracht om via Twitter te laten dat de eerste twee maanden van het loket 400 ‘klanten’ heeft opgeleverd. Koopman: “Het loopt inderdaad geen storm, maar dat hadden we ook niet verwacht. We willen voorzien in een behoefte, die er blijkbaar wel is.”

Heeres greep de vertrouwenskwestie aan om nog eens te hameren op het belang van een level playing field. “Er komt steeds vaker naar voren dat het vertrouwen van consumenten richting het intermediair goed zit. Maar we hebben een driepartijenovereenkomst waarbij de aanbieder ook betrokken is. Als je iets als verzekeraars iets wilt veranderen aan de samenwerking met het intermediair heeft dat invloed op die totale relatie.”

Verdienmodel nodig om te overleven
De voorzitter van Adfiz vroeg daarop aan Knibbe of ze de SWO die Adfiz met het Verbond sloot ook van toepassing willen verklaren op de afspraken die Verbondsleden met de losse intermediairbedrijven sluiten. De financieel adviseur kan in zijn optiek alleen maar overleven met verdienmodel, ook voor nazorg. En er wordt volgens hem momenteel al te veel door verzekeraars geknepen op de beloning van het intermediair. “Of het nu gaat om een provisiemodel of een feemodel, je zou kunnen afspreken met verzekeraars, hou eens op met die onzin. Laat het verdienmodel zoals het is en ga er zorgvuldig mee om.”
David Knibbe bevestigde nogmaals dat het Verbond geen voornemen heeft om tijdens de evaluatie van het provisieverbod in 2017 te pleiten voor een uitbreiding van dat verbod naar schade. “Er is geen voornemen binnen het Verbond om daarvoor een lobby te starten.”

Tussenpersoon in Bodegraven en Tytsjerkstradiel
Prikkelend stelde Kelder aan het eind van de discussie de vraag waarom een consument in de toekomst überhaupt nog naar een adviseur “in een grijs pak” zou gaan. “Een tussenpersoon in Bodegraven of Tytsjerksteradiel kan het vergeten”, aldus Kelder. Uiteraard was Heeres het daarmee niet eens. “Er is niets mis mee dat consumenten bij hun keuzes worden ondersteund door technologie. Maar er is ook keuzestress. Consumenten hebben behoefte aan hulp en ondersteuning. Juist jonge mensen gaan voor advies.” Daarin vond hij Knibbe aan zijn zijde. “Ook millennials lopen naar een tussenpersoon.”