Europese verzekeraars tegen verplichte robotpolis (20 februari 2017

attachment-Robots

De Europese verzekeraarskoepel Insurance Europe maakt zich zorgen over een voorgenomen verzekeringsplicht voor robotproducenten. “Gezien de verscheidenheid aan risico’s zou zo’n generieke plicht niet werken.”

Europese verzekeraars tegen verplichte robotpolis
Het Europees Parlement overweegt fabrikanten een verzekeringsplicht op te leggen voor de aansprakelijkheid die het gebruik van robots met zich meebrengt. Een juridisch comité heeft daarover een rapport uitgebracht en tot april voor consultatie aan de markt voorgelegd. “Bepaalde aspecten zijn zorgwekkend. In het bijzonder de oproep om een verplichte verzekering in het leven te roepen die de schade dekt die wordt veroorzaakt door robots.”

Diversiteit aan risico’s
Verplichte verzekering werkt alleen in specifieke gevallen en als aan bepaalde marktvoorwaarden is voldaan, aldus Insurance Europe. “Denk daarbij aan de beschikbaarheid van voldoende claimsgegevens, een hoog standaardisatieniveau en voldoende dekkingscapaciteit. Dat is voor robot-toepassingen niet het geval.” De diverse technologische innovaties die in het rapport worden genoemd, brengen verschillende risico’s met zich mee en roepen weer andere aansprakelijkheidsvragen op. “Daarom zou standaard regelgeving voor al die verschillende technologieën niet werken.”

Hogere premies
Een verzekeringsplicht zou leiden tot minder dynamiek op de markt en hoge premies, vreest de koepel. “Door het ontbreken van gegevens zouden verzekeraars de onzekerheid over toekomstige claims moeten verdisconteren in de premie. Dat zou fabrikanten weer doen terugschrikken voor het in de markt zetten van hun innovatieve producten.”

Een compensatiefonds, dat in het rapport wordt genoemd als aanvulling op de verzekeringsplicht in gevallen waarvoor geen dekking is, biedt evenmin soelaas volgens Insurance Europe. “Dat kan morele problemen geven: producenten kunnen zich minder verantwoordelijk gaan voelen voor ongevallen als zo’n fonds wordt gefinancierd door belastingbetalers of de gezamenlijke industrie. Dat kan leiden tot minder aandacht voor veiligheid.”

‘Uitvaart moet vast onderdeel zijn van hypotheekadvies’ (13 februari 2017)

Uitvaart

De uitvaart zou een standaard onderdeel moeten worden van een hypotheekgesprek, vindt Ruud van der Wal, manager intermediaire distributie bij Monuta.

Hij schrijft dat in een blog op de site van Monuta. Volgens Van der Wal maken financieel adviseurs gouden tijden door. “Het lijkt wel of heel Nederland – mede vanwege de historisch lage rente – aan het verhuizen is geslagen. Record na record wordt er de laatste maanden gebroken.” Hij vindt dat de uitvaartpolis mee zou moeten liften op de hypotheekhausse, omdat de financiering van een nieuwe woning aanleiding is om de financiële situatie in kaart te brengen. “Opmerkelijk genoeg blijkt uit statistieken juist het tegenovergestelde. In jaren van weinig verhuizingen worden er veel uitvaartverzekeringen afgesloten. En wanneer mensen vaker een huis kopen of hun huidige hypotheek wegens de zeer gunstige rente oversluiten, zoals nu het geval is, zien we de markt van uitvaartverzekeringen weer minder hard groeien. Hoe bizar eigenlijk! Een klant moet een compleet advies krijgen, ongeacht of er nou veel of weinig huizen worden verkocht.”

Hypotheekadviseurs zouden zich dus meer op uitvaart moeten richten, vindt Van der Wal. “De klant heeft recht op een totaaladvies, inclusief alle risico’s. En vind je het toch lastig tijdens het hypotheek gesprek het onderwerp uitvaartverzekering toe te lichten? Bied dan gewoon aan om op een later moment nogmaals alle risico’s, inclusief de uitvaartkosten, door te nemen. Een klant verwacht een eerlijk en goed doordacht advies. Sterker nog, heeft er recht op. Hoe de huizenmarkt er ook voorstaat.”

 

‘Politiek wil niet aan hypotheekrenteaftrek tornen en dat is doodzonde’ (5 februari 2017)

attachment-huis-hypotheek-272x193

Het FD heeft op een rijtje gezet hoe de politieke partijen denken over de hypotheekrenteaftrek. Ze willen er niet aan tornen, luidt de conclusie. Maar tal van deskundigen vinden dat niet verstandig, aldus de krant. Een rondgang langs de critici van het politieke beleid.

‘Politiek wil niet aan hypotheekrenteaftrek tornen en dat is doodzonde’
“Partijen missen een schot voor open doel” zegt Johan Conijn, bijzonder hoogleraar Woningmarkt aan de Amsterdam School of Real Estate tegen het FD. “De rente is extreem laag. Dat betekent dat nieuwe kopers nauwelijks merken dat de aftrek wordt afgebouwd. Bovendien dreigen we naar een overspannen woningmarkt toe te gaan die wel wat bluswater kan gebruiken.”

DNB bepleit ook versobering
Internationale organisaties als het IMF en de Oeso dringen steevast aan op een versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Ook De Nederlandsche Bank pleitte deze week voor een versobering van de subsidies op het eigen woningbezit.

Bovendien stimuleert de aftrek dat mensen extra schulden aangaan, zegt Hugo Priemus, emeritus hoogleraar Volkshuisvesting van de TU Delft. “Dat is een perverse prikkel.”

De krant vindt het opmerkelijk dat sommige politieke partijen met geen woord reppen over de renteaftrek in hun verkiezingsprogramma’s, en dat andere partijen zich beperken tot summiere passages. De enige partij die onomwonden pleit voor een versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek is GroenLinks. Al blijft ook deze partij vaag over het precieze tempo.

Er is rust nodig, meent Stef Blok
D66 wil dat het belastingvoordeel geleidelijk en stapsgewijs wordt afgebouwd. Andere partijen, zoals de PvdA, ChristenUnie en de SP, beperken zich tot het aftoppen van het maximale bedrag waarover rente kan worden afgetrokken.

De VVD, 50Plus en SGP willen niet morrelen aan de hypotheekrenteaftrek. “We hebben in korte tijd al heel veel maatregelen genomen. Er is nu rust nodig op de woningmarkt”, heeft Stef Blok (VVD), tot voor kort minister van Wonen, meermaals gezegd. Onder zijn bewind zijn de eerste stappen gezet om de aftrek af te bouwen.

Afbouwen kan in 10 tot 15 jaar
“Politieke partijen willen er structureel niets aan doen”, concludeert Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. “Doodzonde. In andere landen waar de hypotheekrente is afgebouwd tijdens een opgaande woningmarkt, zoals Noorwegen en Engeland, is dat zonder veel pijn gebeurd. Daar deden ze er maar 10 tot 15 jaar over.”

Boelhouwer pleit voor een afbouw van zo’n 2% per jaar. Met het geld dat vrijkomt zou de inkomstenbelasting verlaagd moeten worden.

Ergernis over trage verwerking afkoop levenpolis bij NN (28 januari 2017)

waiting

Een verwerkingstijd van 50 dagen voor het afkopen van een beleggingspolis zou bij Nationale-Nederlanden geen uitzondering zijn. Jeroen Wolfsen van MoneyWise kreeg die melding via e-mail van de verzekeraar. “Dat is volstrekt onacceptabel.” NN zegt zich er niet in te herkennen: “Het gemiddelde is bij ons 15 werkdagen en dat brengen we terug naar 10.”

Ergernis over trage verwerking afkoop levenpolis bij NN
Wolfsen heeft een klant met een Flexibel Verzekerd Beleggen-polis van NN. De einddatum is pas over twee jaar “maar de polis is, zoals de naam het zegt, flexibel”, aldus Wolfsen. “Op 3 januari 2017 heeft de klant een verzoek tot afkoop gedaan bij NN. NN heeft inmiddels de aandelen verkocht, maar toen wij woensdag belden voor de status en vroegen wanneer de polis daadwerkelijk afgekocht en dus uitbetaald zou worden, kregen we te horen dat ze daar gemiddeld 50 werkdagen over doen.”

Die termijn wordt desgevraagd per e-mail bevestigd. “Dat is natuurlijk te gek voor woorden. In dat geval loopt de klant een flink renterisico over zijn toekomstige uitkeringen.” De klant wil namelijk de opgebouwde waarde laten overdragen naar een andere verzekeraar, waar een uitkerende lijfrentepolis is aangevraagd. “De klant lijdt financiële schade als de rente bij de andere verzekeraar daalt. Offertes zijn immers beperkt geldig. Daarnaast is het volkomen klantonvriendelijk dat je bijna drie maanden moet wachten op expirerend lijfrentekapitaal”, vindt Wolfsen.

Keurmerk
Hij vraagt zich af hoe serieus het Keurmerk Klantgericht Verzekeren nog genomen moet worden. “Daarin worden richtlijnen gegeven voor de reactietermijn. Maar het is makkelijk om binnen een week aan te geven dat het nog 50 dagen gaat duren.”
Reaal hanteert voor afkoop van levenpolissen een (inhoudelijke) reactietermijn van maximaal vier weken. Aegon geeft alleen een reactietermijn voor vragen die per brief worden gesteld: maximaal tien werkdagen. Ook ASR, Interpolis en Delta Lloyd houden die termijn aan, ongeacht of het verzoek per brief of per e-mail wordt gedaan.
Geen 50, maar 15 werkdagen
NN laat weten zich niet te herkennen in een gemiddelde verwerkingstijd van 50 dagen voor de afkoop van een levenpolis. “We zijn wel bezig om de afhandelingstijd te verkorten van gemiddeld drie weken naar twee weken”, zegt woordvoerder Leon Willems. “We zitten nu dus op circa 15 werkdagen, maar dat is exclusief de klantresponstijd. De doorlooptijd is mede afhankelijk van de snelheid waarmee de klant aanvullende gegevens aanlevert. Het kan natuurlijk voorkomen dat de verwerkingstijd in individuele gevallen langer is dan dat gemiddelde. We gaan er voor de betreffende klant in elk geval met spoed achteraan.”

Impact Trump op economie (22 januari 2017)

Eufin Financieel Nieuws

Met de inauguratie van Donald J. Trump krijgt de Republikeinse Partij naast het presidentschap ook de meerderheid in het Amerikaanse Congres. Daarmee kan de partij de zes jaar durende patstelling doorbreken met mogelijk diverse economische beleidsveranderingen tot gevolg. Philip Marey, senior VS strateeg bij de Rabobank heeft de verwachte impact van Trump op de economie beschreven.

Investeringen in infrastructuur
De plannen van President Trump om meer te investeren in de infrastructuur kunnen de economische groei stimuleren, maar het zal enige tijd kosten voordat de effecten zichtbaar zijn. Het kost namelijk tijd om de investeringsplannen te implementeren en het kan nog even duren voordat de investeringen leiden tot hogere economische groei.

Belastingverlaging versus overheidsschuld
Belastingverlagingen kunnen leiden tot hogere economische groei, maar door de daling in de belastinginkomsten van de overheid zal het begrotingstekort oplopen en tot een hogere overheidsschuld leiden. Daarmee komt de houdbaarheid van de overheidsschuld op de lange termijn onder druk te staan.

Vermindering regelgeving
Het verminderen van de regelgeving voor bedrijven kan het ondernemersklimaat verbeteren, met name voor het midden- en kleinbedrijf waar de toegenomen regelgeving een belangrijk obstakel is geworden de afgelopen jaren.

Bemoeienis investeringsplannen
Daarentegen kan de bemoeienis van President Trump met de investeringsplannen van individuele bedrijven het ondernemersklimaat verslechteren. Als weloverwogen lange termijn beslissingen tot politieke tegenmaatregelen kunnen leiden wordt het lastiger voor bedrijven om te investeren.

Protectionistische maatregelen zonder goedkeuring Congres
De president heeft verregaande bevoegdheden op het gebied van internationale handel en kan protectionistische maatregelen nemen zonder dat daarvoor goedkeuring van het Congres nodig is. Het handelsbeleid van Trump is op dit moment vooral gericht op Mexico en China, maar ook Europa kan aan de beurt komen.

Grootste prijsstijging koopwoningen in 14,5 jaar (22 januari 2017)

 

huis_te_koopBestaande koopwoningen waren in december 6,7 procent duurder dan in december 2015. Dat is de hoogste prijsstijging na mei 2002. Met december is ook het jaarcijfer bekend. In 2016 waren bestaande koopwoningen gemiddeld 5 procent duurder dan in 2015. Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van CBS en het Kadaster.

Prijzen 13,6 procent hoger dan tijdens dal in juni 2013
In augustus 2008 bereikten de woningprijzen een piek. Vervolgens daalden de prijzen tot een dieptepunt in juni 2013. Sindsdien is er sprake van een stijgende trend. Ten opzichte van de piek is het prijsniveau 10,8 procent lager. Vergeleken met het dal zijn de prijzen gemiddeld 13,6 procent hoger. Het gemiddelde prijsniveau van de bestaande koopwoningen is in december 2016 even hoog als in november 2005.

Weer meer bestaande koopwoningen verkocht
Het Kadaster bracht afgelopen dinsdag naar buiten dat het in december 25.280 verkochte woningen registreerde. In 2016 zijn er in totaal 214.793 woningen verkocht. Dat is 20,5 procent meer dan in 2015 en het hoogste aantal transacties sinds het begin van het onderzoek in 1995 naar de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen.

Koopwoningen Rotterdam duurder dan in 2008
Koopwoningen in Rotterdam waren in het vierde kwartaal van 2016 voor het eerst weer duurder dan voor de crisis. In alle provincies waren bestaande koopwoningen duurder dan in het vierde kwartaal van 2015. Het aantal verkochte koopwoningen is het hoogste ooit. Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van CBS en het Kadaster.De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in Rotterdam een piek in het derde kwartaal van 2008. Daarna daalden de prijzen met bijna 16 procent tot een dieptepunt in het tweede kwartaal van 2013. Nu, meer dan drie jaar na het dieptepunt, liggen de prijzen 2 procent boven het niveau in 2008. Van de vier grootste steden ligt alleen in Den Haag het prijsniveau nog onder de piek in 2008.

Woningen overal duurder dan vorig jaar
Bestaande koopwoningen in de vier grote steden waren fors duurder dan vorig jaar. Amsterdam spant de kroon met een prijsstijging van 14,4 procent. Op provinciaal niveau was onder meer daardoor de gemiddelde prijsstijging met 9,2 procent het grootst in Noord-Holland.

In de provincies Utrecht en Zuid-Holland waren de koopwoningen respectievelijk 7,9 en 6,1 procent duurder dan in het vierde kwartaal van 2015. Van de niet-Randstadprovincies waren alleen de prijsstijgingen in Groningen en Flevoland, met respectievelijk 6,8 en 6,3 procent, groter dan gemiddeld in Nederland (6,1 procent).

Ook alle woningtypen duurder
Van alle woningtypen waren de prijzen in het vierde kwartaal van 2016 hoger dan een jaar eerder. Met 8,6 procent was de prijsstijging van appartementen het grootst. Vrijstaande woningen stegen met 4,3 procent het minst in prijs ten opzichte van het vierde kwartaal van 2015.

Hoogste aantal verkopen ooit
Er zijn 214 793 bestaande koopwoningen in 2016 verkocht. Dat is het hoogste aantal sinds het begin van het onderzoek in 1995. Met het aantal transacties is een bedrag gemoeid van ruim 52 miljard. Vooral de maand december was met 25 280 verkopen een uitschieter.

In alle provincies waren de verkoopaantallen hoog. Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant registreerden een recordaantal verkopen sinds de meting.

Ook voor alle woningtypen waren de verkoopaantallen in 2016 hoog en fors meer dan in 2015. Appartementen, hoekwoningen en vrijstaande woningen registreerden het hoogste aantal verkopen dat ooit gemeten is.

Topambtenaar bepleit verplichte AOV voor zzp’er

camps_maarten

Maarten Camps, directeur generaal van het ministerie van Economische Zaken, is een voorstander van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Een proef met een opt-out verzekering zou de inkomensgrens voor zo’n verzekering moeten bepalen. Camps stelt dit in zijn nieuwjaarsartikel in economenblad Economisch Statistische Berichten (ESB).

In het artikel wijst Camps op de ongelijke behandeling van werknemers, die sociale premies moeten betalen en daar inkomenszekerheid voor terugkrijgen, en zzp’ers die deze plicht niet hebben. “Deze binaire opzet maakt dat twee groepen suboptimaal worden bediend . Enerzijds de afhankelijke zelfstandigen: zelfstandigen die behoefte hebben aan afdekking van risico’s, maar dit in volledige vrijheid onvoldoende weten te organiseren. Anderzijds de zelfredzame werknemers: werknemers die baat zouden hebben bij meer keuzevrijheid om de verzekeringen die zij afnemen beter aan te laten sluiten op hun persoonlijke omstandigheden en voorkeuren, mede gezien hun risicodraagkracht.”

Gevolg is een patstelling
De moeilijkheid om dit verschil te overbruggen schuilt volgens Camps in het feit dat niet duidelijk is welke werkenden afhankelijk zijn en welke juist zelfredzaam. Deze vraag krijgt vooral aandacht bij de zelfstandigen. “Sommigen stellen voor om simpelweg alle zelfstandigen te verplichten zich te verzekeren. Anderen vinden dat veel te ver gaan. Het gevolg is een patstelling. Die patstelling zou doorbroken kunnen worden door, al lerend, beter inzicht te krijgen in hoe afhankelijke zelfstandigen kunnen worden herkend. Maar dan moeten we wel durven te experimenteren.”

Geschikte inkomensgrens
Concreet denkt de topambtenaar aan een proef voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. In deze proef zijn zelfstandigen verzekerd voor arbeidsongeschiktheid met een opt-out – ze kunnen dus van de verzekering afzien. “Mogelijk ontstaat er rond een bepaald inkomensniveau een onderscheid tussen zelfstandigen die wel en zij die niet voor de opt-out kiezen. Dat zou dan een geschikte inkomensgrens kunnen zijn voor de introductie van een verplichte verzekering voor zelfstandigen. Maar de conclusie van het experiment kan ook zijn dat de automatische verzekering met opt-out gehandhaafd wordt voor alle inkomensgroepen. Uiteraard is dit ook afhankelijk van de gewenste vorm van solidariteit.

Ook voor werknemers
Op termijn biedt deze aanpak volgens Camps ook kansen om een stap verder te gaan. “Want als we verzekeringen beter kunnen laten aansluiten bij de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van zelfstandigen, dan moet het ook mogelijk zijn om hetzelfde te realiseren bij werknemers. Daarbij zouden we dan de ervaring die is opgedaan met dit experiment kunnen gebruiken. Op den duur zou zo de kloof tussen werknemers en zelfstandigen kunnen worden verkleind.”

Zelfde pleidooi van Walta
De onderverzekering bij zelfstandigen is al langer een thema binnen en buiten de politiek. Bernardo Walta, commercieel directeur bij De Goudse Verzekeringen hield onlangs ook een pleidooi op amweb voor een verplichte AOV voor zzp’ers.

BKR-registratie vervroegd naar drie maanden betalingsachterstand (8 januari 2017)

zak-geld

Vanaf 1 januari leiden achterstanden op de hypotheekbetaling eerder tot een negatieve notering bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Met een negatieve BKR-registratie zijn de mogelijkheden om nieuwe leningen aan te gaan zeer beperkt, zo waarschuwt Vereniging Eigen Huis.

In plaats van na 120 dagen registreert het BKR vanaf 1 januari achterstanden op de hypotheekbetaling al na 3 maanden. Dit sluit volgens het BKR meer aan bij internationale standaarden. Banken moeten hierdoor achterstanden eerder bij het BKR melden.

Met eigen code geregistreerd
Vanaf 1 januari worden restschulden die ontstaan zijn na verkoop van de eigen woning met een eigen code bij het BKR geregistreerd. Hierdoor is de aard van de schuld beter zichtbaar en dus kan een consument beter controleren of zijn BKR-notering terecht is.

Registratie abonnement gsm
Eigen Huis haalt ook de BKR-registratie van gsm-abonnementen aan. Als 250 euro of meer van de toestelprijs in het abonnementsgeld wordt verrekend, moet dit vanaf 1 mei 2017 als lening bij het BKR worden gemeld. “De invloed van kleine kredieten met een korte looptijd op de maximale hypotheek is relatief groot”, aldus Eigen Huis. Eerder al werd duidelijk dat ook de mogelijkheid tot roodstaan en private leasecontracten de hypotheekmogelijkheden beperken.

Fiscale regels bij aflossing spaarhypotheek versoepeld (1 januari 2017)

hypotheekHuizenbezitters met een spaar- of beleggingshypotheek kunnen deze sinds gisteren in veel gevallen zonder belastingheffing afkopen bij aankoop van een nieuwe woning. Platform Wijzer in geldzaken roept consumenten die overwegen dit te doen wel op eerst alle gevolgen goed af te wegen.

Tot nu gold de verplichting om minstens 15 jaar of 20 jaar premie in te leggen om gebruik te kunnen maken van de belastingvrijstelling waarbij je het opgebouwde bedrag gebruikt voor aflossing van de hypotheek. Vanaf 1 januari is deze eis ook bij verhuizing naar een andere koopwoning komen te vervallen. Dat betekent dat vermogen dat is opgebouwd eerder dan de genoemde 15 of 20 jaar zonder belastingheffing kan worden ingezet om de hypotheek af te lossen.

Aflossen geeft keuzevrijheid nieuwe hypotheek
Sinds 2013 krijgen huizenkopers alleen hypotheekrenteaftrek als ze de hypotheek jaarlijks en binnen dertig jaar helemaal aflossen. Spaarhypotheken voldoen niet aan deze eis. Mensen die voor die tijd al zo’n hypotheek hadden, hebben het recht op renteaftrek behouden. Zij kunnen deze hypotheek bij een verhuizing meenemen, maar in de praktijk blijkt dat ingewikkeld. Hierdoor is de keuze voor huizenkopers met zo’n oude hypotheek beperkter. Als ze het spaarsaldo nu inzetten voor aflossing, zijn ze daarna vrij in een keuze voor een hypotheekverstrekker.

Kosten aan het begin van de looptijd
Iemand die verhuist en ervoor kiest het opgebouwde saldo te gebruiken voor aflossing, moet volgens Wijzer in geldzaken wel op een aantal zaken letten. “Bij een spaarhypotheek zitten de kosten vaak aan het begin van de looptijd. Voortijdig aflossen hoeft daardoor niet per se financieel gunstig te zijn. Een ander belangrijk punt: wat komt erin de plaats voor het deel van de hypotheek dat overblijft na aflossing? Dit is afhankelijk van de persoonlijke financiële situatie. Soms kan dat, met behoud van renteaftrek, een aflossingsvrije hypotheek zijn. Deze keuze kan wel tot een hogere resthypotheek aan het einde van de looptijd leiden dan wanneer was doorgegaan met opbouwen.”

Kerst is ook een feest voor inbrekers (AM 22-12-2016)

inbrekers

Tijdens de Kerstdagen ontvangen verzekeraars gemiddeld twee keer zoveel claims naar aanleiding van woninginbraken als op normale dagen. Dat blijkt uit de Risicomonitor Woninginbraken van het Verbond van Verzekeraars. Verder zien verzekeraars het aantal inbraakclaims voor het derde jaar op rij dalen.

Het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) noteerde in 2015 38.345 inbraakclaims, 18% minder dan in 2014. In bijna alle provincies is het aantal inbraakclaims in vergelijking met 2014 gedaald. “We zien dat steeds meer mensen maatregelen nemen, zoals buurtpreventieteams en WhatsApp-groepen, en dat de aanpak van de politie werkt”, aldus algemeen directeur Richard Weurding. Alleen in Noord-Holland en Zeeland is het aantal claims naar aanleiding van woninginbraken ongeveer gelijk gebleven.

Piek inbraakclaims tijdens kerst
Ondanks de dalende trend zien verzekeraars al jaren een piek tijdens Kerst. “De ene helft van Nederland is weg van huis en zit aan tafel bij de andere helft van Nederland. Daar maken inbrekers goed gebruik van”, aldus Weurding. Tijdens Kerst ontvangen verzekeraars gemiddeld 248 inbraakclaims per dag, terwijl op een normale dag gemiddeld 126 claims ingediend worden. “Goed hang- en sluitwerk vermindert de kans op inbraken, want dat blijkt ook dit jaar weer uit de risicomonitor, maar op de korte termijn kan je ook bijvoorbeeld aan je buren vragen of ze tijdens de feestdagen extra willen opletten.”

Inbraakclaims bij auto’s vooral in najaar
Dat ook in dit geval de Cruijffiaanse logica geldt dat ieder nadeel zijn voordeel ‘heb’ blijkt als wordt gekeken naar het aantal inbraakclaims bij auto’s. Verzekeraars ontvangen gemiddeld 215 claims per dag naar aanleiding van inbraken in auto’s. In het najaar zijn veel uitschieters te zien van 250 tot 300 claims per dag. Opvallend is de sterke daling tijdens Kerst. Het Verbond vermoedt dat bezoek met de auto aan familie of vrienden hiervan de reden is.