Crowdfunding helpt onverzekerbare exploitant waterspeeltuin uit de brand

download

Dankzij een crowdfundingsactie van een anonieme bezoeker hebben honderden kinderen tijdens de bloedhete afgelopen dagen toch kunnen genieten van de verkoeling op waterspeeltuin Aquapark Splash in Hellevoetsluis. De exploitant zat met de handen in het haar nadat zijn onverzekerbare park eerder deze maand door storm flink beschadigd raakte. Volgens verzekeraar Delta Lloyd maakt onder meer de kwetsbaarheid van de plastic speeltoestellen dat het niet om een verzekerbaar ‘onzeker voorval’ gaat.

Crowdfunding helpt onverzekerbare exploitant waterspeeltuin uit de brand
Tijdens een storm op 6 juni raakten meerdere speeltoestellen in het waterpark, gelegen in het Haringvliet bij Hellevoetsluis, lek of gescheurd. Ook de steigers naar het park, het grootste in zijn soort in Nederland, braken in stukken. “In een uur tijd zag ik alles waar ik de afgelopen jaren aan had gewerkt en in had geïnvesteerd aan stukken getrokken worden”, vertelt exploitant/eigenaar Erik Hazelzet.

Nul op rekest
Hij zag zichzelf ook direct geconfronteerd met een ander probleem. Het attractiepark is volgens hem niet te verzekeren tegen stormschade. Ook zijn eigen verzekeraar biedt hier geen dekking voor op de polis. “Ik ben bij Delta Lloyd verzekerd tegen brand en diefstal, niet tegen vandalisme en storm.” Ook een stuk of acht andere verzekeraars die voor de opening van het park werden benaderd door Hazelzets verzekeringsadviseur UMG gaven wat dat betreft nul op rekest. Er werd zelfs geopperd dat hij maar met het risico naar de assurantiebeurs moest gaan.

Stormschade en vandalisme
“Bij de enkele partij die wel dekking biedt, worden premies zo hoog dat het niet meer rendabel is. Als exploitant van een waterspeeltuin moet je het in Nederland echt hebben van drie zomermaanden per jaar terwijl je verzekering het hele jaar doorloopt. Het is een probleem waar ook collega-exploitanten last van hebben. Het maakt het ook lastiger om überhaupt in deze sector te ondernemen, omdat eigenaren van de locatie waar jij met je park wil gaan liggen een verhoogde aansprakelijkheid van je verlangen.”

Crowdfundingactie
Even zag het er naar uit dat Hazelzet zijn park vaarwel kon zeggen. Een crowdfundingsactie, opgezet door een paar anonieme klanten bracht echter al snel 20.000 euro op, waarmee de ergste schade gerepareerd kon worden. Ik heb uiteraard meer schade, want het park is ook anderhalve week noodgedwongen dicht geweest, maar ik ben in ieder geval blij dat ik deze week weer open kon.”

Zeer kwetsbaar
Delta Lloyd laat in een reactie weten dat het niet op individuele cases in gaat. Wel erkent woordvoerder Peter Hofland dat de verzekeraar in zijn algemeenheid dit soort objecten niet verzekert voor het storm en/of vandalismerisico. “De opblaasbare plastic speeltoestellen in dergelijke waterparken zijn vervaardigd van zeer lichte materialen (rubber/plastic) en daardoor zeer kwetsbaar. Omdat dergelijke objecten in de open lucht, bijvoorbeeld in een speelvijver van een recreatiepark, liggen hebben de natuurelementen vrij spel. Hierdoor is de kans op stuk waaien zeer reëel.”

Geen onzeker voorval
Ook het vandalismerisico van verloren gaan of beschadigd raken van het object door willekeurig welke oorzaak is geen gedekte gebeurtenis op een brandverzekering van Delta Lloyd. Hofland: “Binnen onze brandvoorwaarden bieden wij schade door vandalisme, maar dat is uitsluitend na wederrechtelijk binnendringen. Gezien de kwetsbaarheid van dergelijke objecten is het beschadigd raken / het verloren gaan als gevolg van storm of vandalisme geen onzeker voorval. Dit laatste vormt de basis van verzekeren.”

DNB en AFM: ‘Zelfregulering taxateurs werkt niet’

huis_te_koop

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de De Nederlandsche Bank (DNB) zijn ontevreden over de ontwikkelingen bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT). Beide toezichthouders concluderen dat zelfregulering van de beroepsgroep taxateurs vooralsnog niet leidt tot het gewenste resultaat en hebben hier het bestuur en de Centrale Raad van het NRVT op aangesproken. De AFM en DNB overwegen een pleidooi voor wetgeving die taxateurs in het gareel moet houden.

DNB en AFM: ‘Zelfregulering taxateurs werkt niet’
De toezichthouders constateren dat de taxateur jaarlijks voor honderden miljarden euro’s aan (commercieel) vastgoed, zoals bedrijfspanden, woningen en andere objecten beoordelen en dat de kwaliteit van deze taxaties voor financiers, beleggers en woningkopers van groot belang is. Om dit belang te onderstrepen startte de NRVT per 1 januari 2016 zelfregulering met als uitgangspunten dat er één centraal zelfreguleringsorgaan (inclusief draagvlak onder taxateurs en diens vertegenwoordigers) zou komen, één gedegen set van beroeps- en gedragsregels, doorlopend onafhankelijk toezicht en een centraal, extern en onafhankelijk tuchtorgaan.

Wetgeving op taxateurs
De concrete invulling zouden DNB en AFM aan de sector overlaten. De toezichthouders constateren nu echter dat van de oorspronkelijke, essentieel geachte, uitgangspunten wordt afgeweken. Ze vinden het noodzakelijk dat de uitgangspunten inclusief de uitwerking daarvan, stevig worden verankerd en overwegen over te gaan tot het bepleiten van wetgeving op taxateurs. Daarbij dient de Leidraad vastgoedtaxaties als aanknopingspunt voor eventuele wetgeving.

Ik ben op vakantie van 7 juni tot 15 juni 2017 (zie bericht voor waarnemer)

vakantie

Ivm mijn vakantie ben ik tijdelijk niet bereikbaar.

Voor dringende zaken zoals bijvoorbeeld schade en wijzigingen op schadeverzekeringen, kunt u bellen met:

Telefoonnummer 088-4469156

Uw vragen en zaken worden dan door de waarnemer afgehandeld. Indien u nog andere vragen heeft die niet kunnen wachten, kunt u altijd een app sturen naar mijn mobiele nummer 06-55180987 ik zal dan uw vraag beantwoorden of even terugbellen. Vanaf donderdag 15 juni ben ik weer bereikbaar

Bedankt alvast voor uw begrip.

Rob Riekwel

Dijsselbloem werkt aan nieuwe regels: ook rentemiddeling mag niet in nadeel klant

Dijsselbloem

Minister Dijsselbloem van Financiën is bezig de regels rondom rentemiddeling aan te passen. Hij wil dat die in de toekomst niet meer in het nadeel van de hypotheekklant mag uitpakken. Dijsselbloem noemt het “onwenselijk als kredietverstrekkers bij rentemiddeling een hogere vergoeding dan het financieel nadeel in rekening brengen bij de consument”.

Dijsselbloem werkt aan nieuwe regels: ook rentemiddeling mag niet in nadeel klant
De minister schrijft dat in antwoord op Kamervragen van CDA’er Erik Ronnes. Hij pleitte er afgelopen maand voor dat de nieuwe AFM-leidraad voor de berekening van boeterente voor het vervroegd aflossen van hypotheken ook zou gaan gelden voor rentemiddeling.

Geen aflossing bij rentemiddeling
Dijsselbloem laat weten dat deze leidraad nu inderdaad niet opgaat voor rentemiddeling. “Bij rentemiddeling wordt niet direct een vergoeding betaald door de klant, maar wordt een nieuwe rente overeengekomen die de klant gaat betalen over een nieuwe rentevast periode”, schrijft hij aan de Tweede Kamer. “Kredietverstrekkers hebben aangegeven dat de consument bij rentemiddeling feitelijk niets aflost van het hypothecair krediet. De regels die zien op de berekening van de vergoeding voor vervroegde aflossing zijn daarom niet van toepassing.”

Wijziging Besluit Gedragstoezicht
Omdat hij het onwenselijk acht dat hypotheekverstrekkers klanten benadelen bij rentemiddeling, werkt hij aan nieuwe regelgeving. Hij wil daarvoor het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) aanpassen. Dijsselbloem belooft de Kamer op korte termijn een voorstel hiervoor naar Eerste en Tweede Kamer te sturen. Ook houdt hij een internetconsultatie.

AFM-onderzoek
Bovendien schrijft de minister dat de AFM een onderzoek start naar de vergoeding die in rekening wordt gebracht bij rentemiddeling en bij oversluitingen van de rentevaste periode bij de huidige kredietverstrekker. “Als uit het onderzoek blijkt dat de vergoeding hoger is dan het financieel nadeel dan zal de AFM in het licht van de voorgestelde wetswijziging kredietverstrekkers hier op aanspreken. Indien nodig zal de AFM verduidelijking bieden over de berekening van de vergoeding.”

Modernisering regeling gemeenschap van goederen. En het pensioenrecht?

Alex Siemerink

De Eerste Kamer nam op 28 maart 2017 het Initiatiefvoorstel-Swinkels, Recourt en Van Oosten ‘Beperking wettelijke gemeenschap van goederen’ aan. Daarmee komt een einde aan het standaard delen van voorhuwelijkse vermogens en schulden. Volgens velen is dit een goede stap om meer aansluiting te vinden met de hedendaagse maatschappelijke situatie: Er wordt vaker van de algehele gemeenschap van goederen afgeweken, het aantal scheidingen neemt toe, en in internationaal verband is het huidige stelsel uitzonderlijk te noemen. De politiek wil met dit in het achterhoofd een moderniseringsslag maken met deze wetswijziging. Het is alleen merkwaardig dat men, ondanks deze ‘modernisering’, toch in een oude valkuil is gestapt: het pensioenrecht is volledig buiten de discussie gebleven.

Modernisering regeling gemeenschap van goederen. En het pensioenrecht?
In het wetsvoorstel komt viermaal het woord ‘pensioen’ voor, namelijk in het artikel waarin pensioen wordt uitgesloten van de gemeenschap van goederen. Dit werd ook netjes aangehaald in de deskundigenbijeenkomst van 22 februari 2017, waarbij tussen de regels door nog wordt benoemd dat het pensioenvermogen van de gemiddelde Nederlander “heel fors” is. Desondanks werd er niet bij stilgestaan of de begunstiging van het pensioenvermogen nog wel passend is gezien het initiatiefvoorstel.

In specifieke pensioenwetgeving is onder andere vastgelegd wat de begunstiging van pensioenaanspraken is in het geval van partnerschap en de beëindiging van partnerschap. Dit komt met name tot uitdrukking in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) en in artikel 57 van de Pensioenwet (PW). Hierin is nu niets gewijzigd. En dat is een gemiste kans, specifiek voor de verdeling van nabestaandenpensioen tussen ex-partners.

Ouderdomspensioen goed geregeld
De WVPS regelt de verdeling van het ouderdomspensioen tussen ex-partners waar in beginsel wordt uitgegaan van de opbouw van het ouderdomspensioen tijdens de huwelijkse periode. Daarmee is de WVPS netjes bij de tijd, zo blijkt ook uit de mogelijkheden die er zijn om onderling afwijkende afspraken te maken voor de verdeling.

Regeling nabestaandenpensioen is achterhaald
Artikel 57 van de Pensioenwet is daarentegen als achterhaald te bestempelen. In de PW is namelijk het recht op bijzonder partnerpensioen vastgelegd. In tegenstelling tot de WVPS wordt de opbouw van het partnerpensioen tot aan het einde van het partnerschap, inclusief het voorhuwelijkse gedeelte, aan de ex-partner toegekend. Dit recht op bijzonder partnerpensioen is onveranderd gebleven vanaf de invoering in 1973. Zogezegd is het niet echt modern meer en helemaal niet wanneer rekening wordt gehouden met de aanzienlijke verandering in de waarde van partnerpensioen op opbouwbasis door de invoering van het wettelijk keuzerecht in 2002.

Het wettelijk keuzerecht biedt deelnemers de mogelijkheid om bij pensioeningang het partnerpensioen wat is opgebouwd ná 1 januari 2002 uit te ruilen naar hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Daarmee heeft dit partnerpensioen een aanzienlijke meerwaarde, waar niet iedereen even bewust van lijkt te zijn.

Uitgelezen kans te moderniseren niet benut
Naar mijn mening was de discussie over het delen van vermogen bij huwelijk een ideaal moment om dit onder de aandacht te brengen. Des te meer nu er weer sprake is van een toename van het aantal pensioenregelingen met partnerpensioen op opbouwbasis. Ik denk namelijk niet dat de gemiddelde Nederlander zich bewust is van de waarde van zijn of haar pensioenaanspraken. Daarom vind ik het een verantwoordelijkheid van politici om op het juiste moment scherpe en heldere discussies te voeren over pensioenrecht en individueel pensioenvermogen. Het had gezien de wijzigingen voor de hand gelegen het delen van het nabestaandenpensioen over de voorhuwelijkse periode af te schaffen. Helaas is het onderwerp ‘pensioen’ ook ditmaal ondergesneeuwd en is een uitgelezen kans om de pensioenwetgeving te moderniseren wederom onbenut gebleven.

Kifid: ‘Adviseur mag advies niet baseren op door consument geschatte woningwaarde’

KIFID_logo_2015

De Geschillencommissie van Kifid vindt dat HypotheekVisie niet als een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur heeft gehandeld door een klant zelf de waarde van een woning in te laten schatten. De adviseur heeft de zorgplicht geschonden door het huis niet te taxeren voordat financiering voor een verbouwing werd aangevraagd. Een deel van de advieskosten moet worden terugbetaald.

Kifid: ‘Adviseur mag advies niet baseren op door consument geschatte woningwaarde’
De klant in deze Kifid-klacht wendt zich eind 2014 tot een adviseur van HypotheekVisie. Hij wil een uitbouw aan zijn woning laten maken en zoekt daarvoor financiering. De adviseur vraagt hem aan de hand van vergelijkbare woningen in de buurt een reële waardebepaling van zijn huis te maken. Hij geeft aan dat de WOZ € 197.500 is en dat vergelijkbare woningen in de straat voor € 249.000 verkocht zijn. De geschatte kosten voor de uitbouw zijn € 40.000.

Kaal opleveren is onacceptabel
De adviseur gaat daarop uit van een waarde voor verbouwing van € 245.000. Zijn klant verzoekt een lening aan te vragen van € 55.000 tot € 60.000 voor de verbouwing. Op 9 maart 2015 brengt Munt Hypotheken een offerte uit met een bedrag van € 314.150, onder voorwaarde dat “alle door ons verkregen of te verkrijgen informatie inzake het onderpand en de aanvrager(s) tot ons genoegen is”.

Ondertussen is de verbouwing al begonnen en vraagt de klant wanneer het geld binnen is. Hij moet namelijk al rekeningen betalen. De adviseur vraagt op 19 maart 2015 de taxatie van de woning aan voor € 305.000 na verbouwing. De taxateur laat echter vier dagen later weten dat de woning nu € 205.000 waard is en na verbouwing € 245.000. Munt trekt hierop de hypotheekofferte in. Klant en adviseur zoeken samen naar een oplossing, “want dak en muren kaal opleveren is niet acceptabel”. Maar dat lukt niet voor dezelfde maandlasten zoals de consument graag had gewild. Uiteindelijk sluit hij een hypothecaire lening bij ING af plus een doorlopend krediet.

Leek op het gebied van leningen
De consument richt zich tot het Kifid en wil dat de adviseur zijn doorlopend krediet vergoedt. Ook wil hij de advieskosten van € 2.500 terugbetaald krijgen. “Consument heeft aan de Adviseur aangegeven dat hij de woning voor het aanvragen van financieringen wilde laten taxeren, daar hij een leek is op het gebied van hypothecaire geldleningen en waardebepalingen van woningen. De Adviseur heeft aangegeven dat taxeren niet nodig was en Consument heeft op zijn oordeel vertrouwd.”

De Adviseur stelt in het verweer dat de inschatting van zijn klant van de waarde van de woning niet vreemd was gelet op de koopsom van de woning en de gemiddelde waardeontwikkeling van onroerend goed. “De werkwijze van de Adviseur had niet tot problemen geleid, wanneer Consument niet was begonnen met verbouwen. Toen bleek dat de taxatie lager uitviel dan verwacht, hadden de hypotheekaanvraag en het adviestraject namelijk kosteloos kunnen worden geannuleerd.”

Niet redelijk handelend en bekwaam
De Geschillencommissie is het daar niet mee eens. Ze vindt dat de adviseur wel degelijk wat te verwijten valt. “Van een redelijk handelend en bekwaam adviseur mag worden verwacht dat hij bij een opdracht tot advies ter zake het oversluiten van een hypothecaire geldlening de financiële belangen van zijn cliënten naar beste weten en kunnen behartigt en zorgvuldigheid betracht in de advisering van zijn cliënten. Van de Adviseur mocht in het onderhavige geval derhalve worden verwacht dat hij de waarde van de woning van Consument zou bepalen aan de hand van een taxatie en niet aan de hand van een waardebepaling van Consument. Wanneer er een taxatie zou zijn verricht, is aannemelijk dat het adviestraject zou zijn beëindigd, daar zou zijn gebleken dat de financiering niet haalbaar was. In dit geval zou er veel minder door de Adviseur gefactureerd zijn.”

Vroege start verbouwing was risico klant
HypotheekVisie moet daarom van het Kifid € 1.500 van de advieskosten terugbetalen aan de klant. De kosten van het doorlopend krediet hoeft de adviseur echter niet te vergoeden. Die zijn volgens de commissie namelijk niet het gevolg van (onredelijk) handelen van de adviseur. “Wanneer Consument namelijk niet zou zijn gestart met de verbouwing, waren deze kosten niet gemaakt en had het adviestraject geannuleerd kunnen worden. Het feit dat Consument al is gestart met de verbouwing voordat er sprake was van een definitieve financiering valt in de risicosfeer van Consument.”

 

Ronnes wil dat leidraad boeterente ook geldt voor rentemiddeling

attachment-ronnes_erik-272x272

De nieuwe leidraad voor de berekening van boeterente voor het vervroegd aflossen van hypotheken moet ook gelden voor rentemiddeling. Dit stelt Kamerlid Ronnes (CDA) in Kamervragen aan demissionair minister Dijsselbloem (Financiën). Volgens toezichthouder AFM geldt de leidraad echter alleen als er vervroegd wordt afgelost.

Ronnes wil dat leidraad boeterente ook geldt voor rentemiddeling
Ronnes verwijst in zijn Kamervragen naar informatie op de site van de AFM welke eerder ook werd verstrekt bij de publicatie van de leidraad. Daarin stelt de AFM dat de leidraad niet voor rentemiddeling geldt. “Bij rentemiddeling wordt een nieuwe rente berekend, maar wordt er niet vervroegd afgelost. De regels zijn daarom niet van toepassing bij rentemiddeling.”

Wel heeft de AFM al aangegeven de komende periode onderzoek te doen naar de berekening bij rentemiddeling. “Op basis hiervan kan het zo zijn dat de AFM bij het ministerie van Financiën gaat vragen om een aanpassing van de regels.”

Eerdere berichtgeving
Ronnes wijst echter op berichtgeving op amweb waarbij de AFM in augustus 2016 aangaf dat rentemiddeling ook dient te vallen onder de nieuwe Europese hypotheekregels (Mortgage Credit Directive). “Het financiële nadeel dat hypotheekverstrekkers sinds de invoering van de MCD op 14 juli in rekening mogen brengen bij het vervroegd aflossen, oversluiten én bij rentemiddeling, geldt ook voor bestaande hypotheekklanten”, zo stelde AFM-woordvoerder Nicole Reijnen toentertijd.

Onduidelijkheid wegnemen
Ronnes stelt bovendien dat ook minister Blok (Wonen) zich in dezelfde periode in soortgelijke bewoordingen heeft uitgelaten. Hij vraagt minister Dijsselbloem om “op zeer korte termijn met de AFM in gesprek te gaan om de ontstane onduidelijkheid weg te nemen en er geen misverstand over te laten bestaan dat ook bij rentemiddeling alleen het financiële nadeel in rekening mag worden gebracht en geen verdere boetes of kosten.” Dijsselbloem gaat deze mogelijkheid wat Ronnes betreft ook beter uitventen richting consumenten.

Kamervragen: Wat doet Plasterk voor starters die een huis willen kopen?

attachment-Plasterk

Tweede Kamerlid Alexander Kops (PVV) wil van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) weten wat hij gaat doen om starters toegang te laten houden tot de woningmarkt. Kops hoopt dat de bewindsman wil stimuleren dat er meer goedkope koopwoningen gebouwd gaan worden.

Kamervragen: Wat doet Plasterk voor starters die een huis willen kopen?
Het Kamerlid haakt met zijn vragen aan de minister in op het bericht dat er nauwelijks nog goedkope huizen voor starters beschikbaar zijn. Er zijn op dit moment weinig huizen tot € 200.000 en door de schaarste zullen de woningprijzen bovendien stijgen. Kops wil weten hoe groot het tekort is en wat de oorzaak ervan is.

Woningmarkt op slot
Aan Plasterk vraagt Kops wat de minister van plan is te gaan doen voor starters. “Hoe gaat u voorkomen dat de huizenmarkt ‘tot stilstand’ komt met alle gevolgen van dien? Deelt u de mening dat er meer gebuwd dient te worden? Zo nee, waarom niet?”

De Hypotheekshop sprak deze week de vrees uit dat de woningmarkt op slot komt te zitten als de neergaande lijn van minder aanbod voor starters doorzet. “Dit is een duidelijk signaal dat er iets niet goed gaat op de woningmarkt. We zien niet opeens veel meer woningen op Funda verschijnen”, aldus Mark de Rijke van De Hypotheekshop.

Kifid: ‘Independer is tussenpersoon, geen verzekeraar’

attachment-Kifid-vlag-e1413297369938

Uit het feit dat je via Independer snel een verzekering kunt aanvragen, mag je als consument niet afleiden dat je ook direct verzekerd bent. Dit blijkt uit een uitspraak van klachteninstituut Kifid in een zaak die een vrouw had aangespannen tegen het intermediairbedrijf uit Hilversum. Ook haar argument dat ze niet kon weten dat er nog geen dekking was omdat ze niet bij haar e-mail kon, houdt volgens de geschillencommissie geen stand.

Kifid: ‘Independer is tussenpersoon, geen verzekeraar’
Op 30 juli 2016 diende de vrouw telefonisch bij Independer een aanvraag voor een inboedelverzekering bij Klaverblad in. In een mail die later die dag door Independer wordt gestuurd, bevestigt de tussenpersoon dat de aanvraag is ingediend maar stelt het ook dat de beoordeling daarvan aan Klaverblad is.

Strafrechtelijk verleden zoon
Begin augustus laat Independer tot twee keer toe weten dat Klaverblad aanvullende informatie verlangt over het strafrechtelijke verleden van haar zoon voordat het acceptatieproces kan worden voltooid. In tweede instantie laat Independer op 8 augustus 2016 weten dat de aanvraag door het ontbreken van de informatie is geannuleerd.

Op 1 oktober verstrekt de vrouw alsnog de informatie. Tegelijkertijd stelt ze dat ze een dag eerder het slachtoffer is geweest van een woninginbraak. Independer bevestigt per mail de aanvraag (opnieuw) en stelt dat indien de aanvraag akkoord is de dekking ingaat per 30 juli 2016.

Voorlopige dekking
De vrouw ontvangt enkele dagen later echter een polisblad waarop staat dat de dekking ingaat per 1 oktober 2016. De inbraak is dus niet gedekt. De vrouw is het daar niet mee eens en stelt dat ze in de veronderstelling verkeerde dat, na het telefonisch contact d.d. 30 juli 2016, binnen enkele uren een voorlopige dekking zou worden afgegeven behoudens andersluidend telefonisch bericht. Zij stelt van Independer geen oproepen te hebben gekregen die zij heeft gemist en ook zegt zij geen post te hebben ontvangen. Zij ging er vanuit dat zij per 30 juli 2016 dekking had.

Geen computer thuis
De vrouw stelt ook dat ze vanwege vakantie en het niet beschikken over een computer thuis, geen kennis heeft genomen van de e-mailberichten van Independer en dus niet er van op de hoogte was dat zij niet verzekerd was. De geschillencommissie merkt hierover in haar uitspraak op op dat het na de vakantie van consument van vijf weken nog ruim twee maanden heeft geduurd voordat zij contact opnam met tussenpersoon. “Dit kan niet voor rekening van tussenpersoon komen”, aldus de commissie.

Geen verzekeraar
Kifid gaat vervolgens ook in op de stelling van de consument dat zij meende direct bij Independer een verzekering te hebben afgesloten. De geschillencommissie benadrukt echter dat Independer een intermediair is. “Dit betekent dat Independer geen verzekeraar is, maar een tussenpersoon. Independer kan consumenten adviseren en/of helpen bij het afsluiten van een verzekering. Daarnaast kan een consument zich tevens wenden tot Independer voor het doorgeven van wijzigingen en het melden van schade. Uit de e-mails d.d. 30 juli 2016 volgt duidelijk dat de verzekering niet bij Independer zal worden afgesloten.”

NBG roept Den Haag op tot behoud renteaftrek bij restschuldfinanciering

verhuizen-272x181

Hypotheekadviesorganisatie NBG roept de formerende partijen op om de fiscaliteit bij restschuldfinancieringen ook na 31 december van dit jaar in stand te houden. Op die datum vervalt de renteaftrek voor de financiering van een restschuld. Veel huizenbezitters maken gebruik van die maatregel om ondanks een restschuld te kunnen verhuizen.

NBG roept Den Haag op tot behoud renteaftrek bij restschuldfinanciering
Volgens NBG (dat zich vaker roert in discussies over hypotheken) is het stopzetten van de maatregel een strop voor huizenbezitters met een restschuld. “Niet alleen stijgt voor hen de netto maandlast bij restschuldfinanciering, ook daalt de leencapaciteit fors. Daarnaast dreigt hierdoor een nieuwe dip in de doorstroming op de huizenmarkt.”

Gewone lening
In Nederland hebben, zo stelt NBG, 700.000 huishoudens een hypotheek die hoger is dan de woningwaarde. Als de renteaftrek voor de financiering van een restschuld vervalt stijgen de kosten voor de huizenbezitter. Daarnaast zullen banken, zo zegt de organisatie te verwachten, een restschuldfinanciering gaan behandelen als een gewone ‘consumptieve’ lening. “De impact op de leencapaciteit is dan groter, waardoor volgend jaar minder geleend kan worden.”

NBG laat de gevolgen zien aan de hand van een rekenvoorbeeld:

De restschuldfinanciering bedraagt € 25.000 bij een inkomen van € 52.000
Met het vervallen van de renteaftrek stijgt de netto maandlast met € 61.
Door de restschuldfinanciering te behandelen als consumptieve lening, gaat de leencapaciteit van € 197.500 naar € 112.500, een daling van € 85.000.
Verhuizen wordt onmogelijk
Daar komt volgens NBG nog bij dat volgend jaar de maximale hypotheek op basis van de woningwaarde daalt van 101% naar 100%. “Hierdoor moeten alle financieringskosten al door de koper betaald worden. Bij een koopsom van € 250.000 is dit al snel € 10.000 aan overdrachtsbelasting, taxatie, notaris en hypotheekadvies. De stap om te verhuizen met een restschuld wordt hierdoor groter, zo niet onmogelijk.”

Het vervallen van deze fiscaliteit komt in de optiek van NBG juist op het moment dat de hypotheekrente laag is en de huizenprijs stijgt. “Huizenbezitters met een restschuld krijgen hierdoor net wat meer lucht. Nu al beslaat het aandeel doorstromers de helft van huizenmarkt en zijn ze een belangrijke steunpilaar onder de huidige groei. Dit is ook de groep die kan zorgen voor de hoognodige woningen voor starters.”

Permanente wetgeving
De huidige duur van de aftrek is vijftien jaar en geldt voor restschulden die zijn ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. NBG verwijst naar eerdere crisismaatregelen die permanente wetgeving werden. “Dit is eerder gedaan bij de verlaging van de overdrachtsbelasting en de fiscaliteit rondom het bezit van 2 woningen.”