The Wolf of Wall Street deels gefinancierd met geroofd geld

The Wolf of Wall Street, de Hollywoodkaskraker uit 2013 die symbool stond voor het morele failliet van een deel van de financiële sector,  is deels gefinancierd met op criminele wijze verkregen geld. Dit bericht het Algemeen Dagblad naar aanleiding van een corruptieschandaal rondom het Maleisische staatsfonds 1MDB. In het licht van het schandaal werd eerder deze week ook een in Alblasserdam gebouwd peperduur jacht in Kuala Lumpur aan de ketting gelegd.

 

The Wolf of Wall Street deels gefinancierd met geroofd geld

Het corruptieschandaal draait om $ 4,5 mrd die zou zijn geroofd uit 1MDB en waarbij de steenrijke Maleisische zakenman Jho Low de hoofdverdachte is. Hij is sinds begin juli voortvluchtig, al zouden de autoriteiten inmiddels wel weten waar hij verblijft.

 

Miranda Kerr

Van het geroofde geld werd onder meer het 250 miljoen euro kostende jacht Equanimity gekocht, zo schrijft het AD. Dit luxe vaartuig, met onder meer een 20 meter lang zwembad en een helikopterplatform, werd gebouwd bij de Oceanco-werf in Albasserdam. De Equanimity kwam al eerder in het nieuws nadat vorig jaar aan het licht kwam dat het Australische topmodel Miranda Kerr in 2014 op het jacht vakantie had gevierd nadat Low avances naar haar had gemaakt en haar juwelen ter waarde van $ 8 mln had geschonken. De sieraden zou ze vorig jaar hebben overgedragen aan het Amerikaanse ministerie van financiën.

 

Financiële sector

Pikant detail in de kwestie is dat het geroofde geld ook deels werd witgewassen door een investering in de Hollywoodfilm The Wolf of Wall Street. Deze film gebaseerd op het leven van beursmakelaar Jordan Belfort (gespeeld door Leonard DiCaprio), stond in 2013 symbool voor de hebberigheid bij een deel van de financiële sector welke wordt gezien als oorzaak van de mondiale financiële crisis die in 2008 uitbrak.

 

Dumb and Dumber 2

Investeringen in en betrokkenheid bij Hollywoodfilms zijn Jho Low niet vreemd. Zo zou hij ook de rechten bezitten van de comedy’s Dumb and Dumber 2 en Daddy’s home.

 

Eerste publicatie door Robert Paling op 9 aug 2018

Laatste update: 9 aug 2018

Gasloos wonen kost € 20.000, maar wie betaalt het?

De benodigde aanpassing om een woning op termijn gasloos te maken kost de gemiddelde huizenbezitter € 20.000. Dit blijkt uit onderzoek dat Vereniging Eigen Huis (VEH) liet uitvoeren door bureau Berenschot.Wie de rekening van deze en andere maatregelen voor de verduurzaming van woningen moet betalen is volgens VEH nog nauwelijks duidelijk.

 

Gasloos wonen kost € 20.000, maar wie betaalt het?

Voor het artikel in het jongste nummer van Eigen Huis Magazine zette Berenschot per woningtype en per energielabel op een rijtje wat het kost om het huis geschikt te maken voor een gasloze toekomst, nadat eerder ook al Ecorys met berekeningen was gekomen. Vanaf 2030 mogen 2 miljoen Nederlandse woningen als het aan de overheid ligt niet meer op aardgas zijn aangesloten. In 2050 moeten alle woningen gasloos zijn.

 

Andere maatregelen

Behalve van een zelfstandige warmtepomp, nodig als alternatief voor de traditionele gasgestookte centrale verwarming, gaat  Berenschot in haar onderzoek ook uit andere maatregelen die nodig zijn om het wooncomfort ook in de toekomst te garanderen. Hieronder vallen het aanleggen van vloerverwarming, het plaatsen van zogeheten HR++ glas en het isoleren van vloer, gevel en dak.

 

Tussenwoning met energielabel C

In alle gevallen kost de aanpassing de woning de eigenaar veel geld. Voor een tussenwoning met energielabel C of D (de meeste woningen hebben het label C) gaat het om een investering van € 20.650. Daarvoor krijgt de eigenaar dan vloer- en spouwisolatie, een warmtepomp, isolatieglas, radiatoren en vloerverwarming die geschikt zijn voor een warmtepomp en tien zonnepanelen.

 

Subsidie en besparing

Tegenover die investering staat in de berekeningen van Berenschot een subsidie van slechts € € 2.650 die bestaat uit BTW-aftrek voor de zonnepanelen en de investeringssubsidie duurzame energie voor de warmtepomp. Wel bespaart de eigenaar van de tussenwoning jaarlijks € 900 op zijn energierekening.

 

€ 16.950 voor appartement

De rekening loopt fors naarmate het energielabel ‘hoger’ en de woning groter wordt. Bij een vrijstaande woning met energielabel D is een investering van € 30.800 nodig. De subsidie bedraagt nog steeds € 2.650 al loopt de jaarlijkse besparing op de energie op naar € 1.350. Zelfs een eigenaar van een appartement met het gemiddelde energielabel C tikt alsnog € 16.950 af waar tegenover gemiddeld genomen minder subsidie staat (€ 1.900). Bovendien is de jaarlijkse energiebesparing met € 180 een stuk kleiner.

 

Verbod op asbestdaken

Los van de subsidie en de terugverdiencapaciteit vergt de verduurzaming van de woning sowieso van de huiseigenaren dat ze het benodigde geld op tafel kunnen leggen. Sommige huiseigenaren weten zich bovendien voor extra kosten gesteld door het verbod op asbestdaken vanaf 2024. Amweb berichtte onlangs over de forse investeringen die huizenbezitters moeten doen om hun dak te vervangen en moeite die ze ondervinden om hiervoor de financiering rond te krijgen.

 

Weloverwogen geld uitgeven

VEH kent de zorgen over de investeringskosten. Woordvoerder Hans André de la Porte: “Het klopt dat een groep huiseigenaren in korte tijd erg veel over zich heen krijgt. Verduurzaming, van gas los, en ook asbest van het dak af. Al die maatregelen betreffen vanuit de overheid gezien een grote groep woningeigenaren. De individuele vraag ‘maar hoe dan?’ wordt nauwelijks beantwoordt. Daarom maken wij ons hard voor de consument die zijn geld maar een keer kan uitgeven en dat weloverwogen wil doen.”

 

Eerste publicatie door Robert Paling op 8 jun 2018

Laatste update: 11 jun 2018

Druk bij alarmcentrales: veel kapotte airco’s en maagproblemen

De vier grote alarmcentrales draaien op volle sterkte nu in heel Nederland de schoolvakanties zijn begonnen. Hoewel Nederland momenteel zelf bovenaan de lijst van warmste landen prijkt, is ook in de rest van Europa de hitte een belangrijk thema. Alarmcentrale Eurocross Assistance krijgt veel meldingen over kapotte airco’s in het buitenland. Geen verzekeringszaak, maar de telefonisten kunnen wel helpen.

 

Druk bij alarmcentrales: veel kapotte airco’s en maagproblemen

“Je komt met een kapotte airco natuurlijk niet langs de weg te staan”, zegt Suzan de Wit van Eurocross. Een sleper, vervangend vervoer of extra overnachting regelen vanuit de verzekering is dus niet nodig. “Toch worden we hier wel over gebeld. Wij adviseren dan langs een garage te gaan en soms kunnen we helpen met het zoeken van een garage of specialist.”

 

Zeldzame banden

Kapotte auto’s zijn een van de belangrijkste redenen om de alarmcentrale te bellen vanuit het buitenland. Hoog in de top 3 staat de lekke band. Meestal is dat snel verholpen, maar het wordt lastig wanneer mensen met speciale banden rijden en geen reservewiel mee hebben. “Bijzondere bandenmaten heb je echt niet overal in Europa op voorraad. Dat kan zomaar drie, vier dagen van je vakantie kosten”, zegt Ad Vonk van de ANWB.

 

Dat kan zomaar drie, vier dagen van je vakantie kosten.

De ANWB alarmcentrale heeft momenteel geen exacte cijfers beschikbaar, maar kent de hittegerelateerde meldingen goed. “Je krijgt veel mensen met maag- en darmstoornissen met dit weer”, zegt Vonk. “Hygiëne is heel belangrijk in het buitenland. Goed opletten met eten en drinken, want kinderen die gaan spugen drogen snel uit.”

 

Tips

Eurocross onderzocht onlangs of verzekerden weten hoe zij moeten handelen als ze in het buitenland zijn. Ruim de helft van de vakantiegangers checkt bijvoorbeeld niet of zijn reisverzekering wel geldig is in het land van bestemming. Vonk heeft ook een tip voor vakantiegangers in warme landen. “Leef een beetje zoals de mensen daar zelf ook leven, dan komt het wel goed.”

 

Eerste publicatie door Bart van de Laak op 26 jul 2018

Laatste update: 26 jul 2018

Neerslaglabel voor 8 miljoen panden

Het is al weken kurkdroog, maar toch hebben 8 miljoen woningen en bedrijfspanden sinds kort een neerslaglabel. BlueLabel, een initiatief van Achmea, Royal HaskoningDHV en Nelen & Schuurmans, heeft pop perceelniveau in kaart gebracht wat de gevolgen zijn van een extreme stortbui.

Neerslaglabel voor 8 miljoen panden
Volgens BlueLabel is Nederland het eerste land dat de gevolgen van extreme neerslag per woning digitaal in kaart heeft gebracht. De initiatiefnemers van de waterkwetsbaarheidsscan willen gemeenten, bedrijven en burgers bewust maken van de risico’s van wateroverlast. Gekeken is wat er gebeurt als er een stortbui valt van 93 millimeter in 70 minuten.

Perceelniveau
Het neerslaglabel vertoont overeenkomsten met het energielabel. Zo betekent een A-score een bijzonder kleine kans op wateroverlast. Een E-label, de laagste score, betekent een relatief grote kans op overlast. Water stroomt dan een woning binnen als de drempel minder dan 20 centimeter boven het maaiveld uitkomt. Samen met de NOS maakte BlueLabel een label-kaart op postcodeniveau. Gemeenten hebben de labels op perceelniveau.

Stresstest
Alle Nederlandse gemeenten moeten voor het einde van 2019 een stresstest doen om knelpunten op het gebied van onder meer wateroverlast – maar ook extreme droogte – in kaart te brengen. Naast 8 miljoen woningen heeft BlueLabel al 200.000 wegen binnen stedelijke kernen gelabeld. Voor gemeenten en hulpdiensten is belangrijk te weten hoe begaanbaar wegen zijn bij extreme neerslag.

Eerste publicatie door Paul de Kuyper op 23 jul 2018
Laatste update: 23 jul 2018

AIG: ‘Meer schade cybercrime door AVG’

De nieuwe privacywet AVG zal leiden tot meer cybercriminaliteit en hogere cyberclaims. Daarvoor waarschuwt AIG. Afpersers staan sterker als zij dreigen buitgemaakte data te publiceren, aldus de verzekeraar.

 

AIG: ‘Meer schade cybercrime door AVG’

De waarde van persoonsgegevens waarover bedrijven beschikken is door de AVG groter dan voorheen. Bovendien groeit het aantal schadegevallen door ransomware. AIG verwacht dat die trend doorzet, schrijft de verzekeraar in het eigen Cyber Claims Intelligence-rapport.

 

Recordjaar cyberclaims

Volgens AIG was 2017 een recordjaar voor cyberclaims. In Europa waren er evenveel van zulke claims als in de vier jaar daarvoor samen. Bij 26% van alle cyberclaims was ransomware de oorzaak. In 2016 was dat bij 16% van de cyberschades het geval. Na ransomware zijn een datalek door hackers (12%), een beveiligingsfout of ongeoorloofde toegang tot data (11%) en identiteitsfraude (9%) de meest voorkomende cyberincidenten.

 

Financiële sector doelwit nummer 1

De professionele en financiële dienstverlening zijn doelwit nummer 1 van cybercriminelen. In het onderzoek van AIG staan beide sectoren samen aan kop. Ze hadden allebei met 18% van alle cyberincidenten te maken. Professioneel en financieel dienstverleners beschikken vaak over grote databestanden van klanten, die bovendien van hoge kwaliteit zijn. Dat maakt ze aantrekkelijk voor cyberboeven, aldus AIG. Retail (12%) is de nummer drie in het lijstje van veel geraakte sectoren.

 

Eerste publicatie door Paul de Kuyper op 13 jul 2018

Laatste update: 13 jul 2018

Starter tast diep in de buidel voor eerste woning

Een starter op de woningmarkt neemt bij aankoop van een huis gemiddeld 39.000 euro aan eigen geld mee. Dat stelt Hypotheken Data Netwerk (HDN) in het tweedekwartaalbericht. Met dat geld kopen ze een woning van gemiddeld 280.000 euro. Door de stijgende huizenprijzen wordt het steeds moeilijker voor starters om een huis te kopen.

 

Starter tast diep in de buidel voor eerste woning

HDN registreert steeds minder startershypotheken. Vorig jaar werd 4 op de 10 hypotheken nog afgesloten door een starter, inmiddels is dat gezakt tot 1 op de 3. De marktomstandigheden zijn al enige tijd slecht voor beginnende woningkopers. In de Randstad werd een starterswoning in een jaar tijd 12 procent duurder.

 

Opvallend is dat doorstromers gemiddeld minder eigen geld in een woning stoppen dan starters. Volgens HDN 37.000 euro. Geld dat over het algemeen vrijkomt uit de verkoop van het vorige huis.

 

Voorjaarsherstel

Als vanouds herstelt de hypotheekmarkt zich in het voorjaar. De daling van het aantal verstrekte hypotheken in de afgelopen wintermaanden wordt goed gemaakt door de stijging in april, mei en juni. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2017 nam het aantal door HDN geregistreerde hypotheken toe met 5 procent.

 

Eerste publicatie door Bart van de Laak op 9 jul 2018

Laatste update: 9 jul 2018

Echtscheiding. Vooral na de zomervakantie is de koek op

De meeste scheidingen worden vlak na de zomervakantie in september aangevraagd. Dit blijkt uit een enquête van gecertificeerdemediators.nl onder echtscheidingsmediators. Ook de maand januari, al de kerstdis net achter de kiezen is, is een drukke maand voor mediators.

Echtscheiding. Vooral na de zomervakantie is de koek op
Gecertificeerdemediators.nl bevroeg 293 echtscheidingsmediators, zo’n 20% van alle 1.300 Nederlandse mediators die op dit vlak actief zijn. De resultaten laten twee duidelijke pieken zien: één in januari (vlak na de kerstvakantie) en één in september (vlak na de zomervakantie). Na de zomervakantie blijken nog net iets meer mensen te scheiden dan na de kerst, 56% van de mediators benoemt de periode na de zomervakantie als het drukst.

Vooral in Limburg
Deze stormloop op echtscheidingen in september is met name in Limburg zichtbaar. Hier geeft 75% van de mediators aangeeft dat september voor hen een van de drukste maanden is.

Juni, juli en augustus minst druk
Elke hoogtepunt in aantal scheidende stellen wordt bovendien gevolgd door een reeks bovengemiddeld drukke maanden voor de mediators. In juni, juli en augustus wil daarentegen juist het minste aantal mensen scheiden.

Laatste redmiddel
Volgens Guido Bakker, directeur van gecertificeerdemediators.nl, bevestigen deze cijfers het beeld dat ontstaat uit gesprekken met cliënten: “Vakantie wordt vaak ingezet als laatste redmiddel voor de relatie. Een vakantie hoort fijn te zijn. Maar vanwege het intensieve samenzijn wordt voor veel stellen al het slechte aan hun relatie dan juist uitvergroot. Moegestreden besluiten ze na thuiskomst te gaan scheiden.”

Eerste publicatie door Robert Paling op 28 jun 2018
Laatste update: 28 jun 2018

42% Kifid-klachten wordt opgelost door bemiddeling

Van de 3.141 klachten van consumenten die Kifid in 2017 behandelde, werd in 1.313 gevallen een bemiddelingsresultaat bereikt of een schikking overeengekomen. Dat is ruim 4 op de 10 keer, iets meer dan een jaar eerder. In de zaken waarin een uitspraak werd gedaan, viel die in bijna 8 op de 10 gevallen uit in het voordeel van de financieel dienstverlener. Dat blijkt uit het jaarverslag van het klachteninstituut.

42% Kifid-klachten wordt opgelost door bemiddeling
In 2016 werd 38% van de Kifid-klachten opgelost door bemiddeling, in 2017 steeg dat percentage naar 42%. Bemiddeling kan voor de hoorzitting plaatsvinden, maar partijen kunnen ook tijdens die zitting nog besluiten dat ze er alsnog samen uit willen komen. In dat laatste geval spreekt Kifid formeel van een schikking. Intermediairs waren bij 20% van alle bemiddelingen betrokken. Verzekeraars namen 40% van de schikkingen of bemiddelingsresultaten voor hun rekening, 1 procentpunt meer dan banken.

Voorzitter Eveline Ruinaard van de Geschillencommissie hoopt in 2018 de stijgende lijn voort te zetten. “We bemiddelen veel vaker en doen ons best om op die manier met partijen tot een oplossing te komen. Dat heeft meerwaarde: bemiddeling is laagdrempeliger dan de formele procedure en er gaan uiteindelijk twee partijen tevreden de deur uit.”

Consument wint 1 op 5 zaken
In bijna 1.400 klachten deed de Geschillencommissie of de Commissie van Beroep een uitspraak. De consument kreeg in iets meer dan 1 op de 5 zaken (bijna 300) gelijk, of gedeeltelijk. In bijna 1.100 gevallen bleek de consumentenklacht ongegrond.

In totaal ontving Kifid 5.953 nieuwe klachten in 2017. Dat is 3% minder dan een jaar eerder. Schadeverzekeringen zijn goed voor 37% van de klachten (1.157), gevolgd door hypotheekzaken met 29% (898). Klachten over levensverzekeringen (13%), beleggingsdisputen (11%) en bankzaken (10%) komen minder voor. Deze verdeling komt overeen met voorgaande jaren.

1.200 te vroege klagers
Er kwamen vorig jaar ook bijna 1.200 klachten binnen bij Kifid die nog niet bij het klachteninstituut thuishoren. Deze consumenten hadden niet eerst hun ongerief kenbaar gemaakt bij hun bank, verzekeraar of adviseur tegen wie de klacht gericht is. Sinds vorig jaar stuurt het klachteninstituut die klachten rechtstreeks door naar de financieel dienstverlener. In eerdere jaren belandden deze klachten als ‘ongegrond’ in de Kifid-statistieken. Mede daardoor lag het succespercentage voor consumenten in 2016 een stuk lager dan in 2017: nog geen 10%.

Eerste publicatie door Paul de Kuyper op 22 jun 2018
Laatste update: 22 jun 2018

‘Aanbieders maken een potje van naleving AVG’

Banken en verzekeraars gaan slordig om met de verwerking van persoonsgegevens, ondanks de strenge AVG-wetgeving die op 25 mei is ingegaan. Dat stelt Jeroen Wolfsen van adviesbedrijf MoneyWise. “Regelmatig wordt gevraagd om bijvoorbeeld een aanvraag voor een financieel product even op de mail te zetten. Dat kan natuurlijk niet.”

‘Aanbieders maken een potje van naleving AVG’
De nieuwe privacyregels staan niet toe dat een aanvraag met persoonlijke gegevens per mail verstuurd wordt naar een bank of verzekeraar, zegt Wolfsen. “Het probleem is dat de meeste banken of verzekeraars geen beveiligde digitale postbus hebben waar we documenten in kunnen uploaden.” Omdat persoonsgegevens alleen versleuteld per mail verzonden kunnen worden, verzendt Moneywise dit soort mails versleuteld met een wachtwoord dat alleen bekend is bij de ontvanger. “Het probleem is dat banken en verzekeraars hier helemaal niet klaar voor zijn. Mails komen terecht in spamboxen of worden geweigerd. Medewerkers kunnen deze beveiligde documenten niet openen omdat ze niet op de hoogte zijn van het wachtwoord. Dossiers lopen hierdoor vertraging op of worden helemaal niet verwerkt. Banken en verzekeraars hadden allang een beveiligde omgeving moeten hebben waar we stukken op een beveiligde manier kunnen delen.” Wolfsen noemt het “belachelijk” dat aanbieders vragen persoonlijke informatie op de mail te zetten.

‘Kan het niet per post?’
Een uitzondering vormt hypothekennetwerk HDN, zegt Wolfsen. “Alle vertrouwelijke stukken en informatie worden via een beveiligd platform gedeeld. Maar in sommige gevallen kan een document toch niet via dit systeem en krijgen we nog steeds het verzoek om het te mailen. Kan het dan niet per post, is dan de meest gehoorde oplossing die de bank of verzekeraar kan bedenken.”

Eerste publicatie door Rob van de Laar op 15 jun 2018
Laatste update: 15 jun 2018

Valt er grip te houden op de risico’s bij proefritpolis voor particuliere autoverkoop?

De Belgische start-up SereniMax lanceerde dit voorjaar samen met Axa Belgium een verzekering voor proefritten met tweedehandsauto’s van particuliere verkopers. In de am:magazine-rubriek Nieuwe Concepten geven drie experts hun visie op deze proefritpolis: initiator Laurent Baeke, innovatie- en businesscoach Bob van Leeuwen en advocaat Robin van Beem. Die laatste: “De premie lijkt op voorhand erg laag, gelet op de risico’s.”

 

Valt er grip te houden op de risico’s bij proefritpolis voor particuliere autoverkoop?

Met de Belgische proefritpolis verzekeren klanten voor € 15 een tweedehandsauto voor de duur van een testrit. De verzekering richt zich op particuliere verkoop. Diefstal tijdens de proefrit is meeverzekerd en tegen meerkosten biedt de polis ook een jaar garantie tegen een mechanisch defect. Hoe kijken de oprichter van Serenimax en twee externe deskundigen aan tegen dit concept?

 

Laurent Baeke: ‘Markt vol risico’s’

“De markt voor tweedehandsauto’s wordt vaak geassocieerd met oplichting, fraude en bedrog”, zegt medeoprichter Laurent Baeke van SereniMax. “Denk aan identiteitsvervalsing, vals geld, diefstal tijdens de proefrit, zoekertjes die er te mooi uitzien om waar te zijn. Daarnaast krijgt bijna één op de twee auto’s problemen binnen het jaar na de aankoop. Deze markt zit vol risico’s voor consumenten, vooral bij transacties onder particulieren. Daar hebben we een oplossing voor bedacht: de betaling vindt plaats via een geblokkeerde rekening via een app die daar speciaal voor ontworpen is. Je bent voor € 15 voor de proefrit verzekerd. Die dekking richt zich op brand, materiële schade, vandalisme, glasbreuk, weerschade, diefstal en aanrijding met dieren.”

 

“En er is aanvullende diefstaldekking: de verkoper is zelfs gedekt als de kandidaat-koper er met de auto vandoor gaat, terwijl diefstal door een bestuurder die toestemming heeft in het voertuig te rijden bij de meeste maatschappijen is uitgesloten. Bij een defect of ongeval tijdens de proefrit voorziet Axa Belgium in hulp bij pech en de terugkeer naar het vertrekpunt van de proefrit. Je kunt er ook voor kiezen een grondige diagnose van de wagen laten uitvoeren door een professional, daar zijn wel extra kosten verbonden. En er is de mogelijkheid voor een garantie tegen mechanisch defect van een jaar, eveneens tegen meerprijs. Wij denken dat hier markt voor is en zodra we mogelijkheden in het buitenland zien, gaan we daarop af.”

 

Robin van Beem: ‘Hoe houd je grip op risico’s?

“Dit concept doet me denken aan de dekking die Centraal Beheer al biedt voor de gebruikers van Snappcar, waarbij de auto is verzekerd tijdens de verhuurperiode aan derden”, zegt advocaat Robin van Beem van Polis Advocaten. “Als je je auto meegeeft voor een proefrit, heb je in Nederland gewoon dekking. Voor blikschade alleen als je een cascoverzekering hebt. De eigenaar van de auto raakt bij een dergelijke schadeclaim wel zijn BM-korting kwijt. Dit concept zou daartegen beschermen. Er zitten dus echt wel voordelen aan. Zeker die garantie tegen een mechanisch defect in de eerste twaalf maanden neemt voor potentiële kopers, vooral de kopers zonder kennis van auto’s, heel wat zorgen weg. Ik denk dat daar een markt voor is. Er worden vrij veel tweedehandsauto’s verkocht door particulieren en ik kan me voorstellen dat deze polis een koper een bepaald comfort biedt. Ik zou zelf die € 15 er ook voor over hebben.”

 

“Als verkoper heb je een mededelingsplicht. Je moet melden als er bepaalde defecten zijn. Maar als koper heb je onderzoeksplicht. Kopers van tweedehandsauto’s laten een auto daarom vaak keuren bij de ANWB of een autobedrijf. Voor zo’n controle ben je veel meer kwijt dan de premie voor deze verzekering. En dan weet je nog niet zeker of het allemaal goed zit, mocht er toch een verborgen gebrek zijn. De discussie om schade te verhalen op de verkoper haal je in dit concept weg. Ik vraag me wel af hoe de verzekeraar grip houdt op de risico’s. Controleert de verzekeraar de staat van de auto bij de acceptatie? En op basis waarvan worden de risico’s ingeschat? Alleen op leeftijd van de auto? Dat zou wel heel summier zijn. De premie lijkt in elk geval op voorhand erg laag, gelet op de risico’s. Met die vragen blijf ik achter.”

 

Bob van Leeuwen: ‘Is het gevalideerd?’

“Er zou een markt voor kunnen zijn. Zelf heb ik ook eens een auto particulier verkocht en je geeft niet zo makkelijk je sleutels af voor een proefrit. Maar ik heb ook wat vraagtekens bij het concept,” meldt innovatie- en businesscoach Bob van Leeuwen. Hij werkte als innovatiemanager voor Achmea en Interrpolis en heeft nu een bedrijf in merkpositionering (Bob & Bart). Daarnaast coacht hij al jarenlang start-ups. “Het is wel heel erg vanuit een verzekeringsproduct geschreven. De technische informatie over het product voert de boventoon terwijl je moet aanspreken op de emotie: onzekerheid. Ik vraag me af of dit concept is gevalideerd. Valideren zou eenvoudig kunnen door mensen op te zoeken die particulier een auto hebben verkocht en ze te vragen hoe ze dat hebben gedaan.”

 

“De eerste vraag is of mensen het als een probleem ervaren. De tweede vraag is of mensen iets hebben gedaan om dat probleem op te lossen, bijvoorbeeld door zelf mee te rijden tijdens de proefrit. Daarna wil je toetsen of mensen geld willen betalen voor een oplossing en specifiek voor jouw oplossing. Mensen gaan pas betalen als ze zelf een probleem zien en als je ze op het juiste moment weet aan te spreken. Toen ik mijn auto verkocht had ik de angst dat de potentiële koper er met mijn auto vandoor zou gaan. Dat heb ik toen opgelost door zelf mee te rijden. Als ze het concept hebben gevalideerd, is dit een superoplossing. Toch moet je die validatie opnieuw doen als je hetzelfde product van België naar Nederland wilt brengen. Wij Nederlanders hebben wellicht andere dekkingen in onze polissen of we zijn minder risico-avers. Al lijkt dat laatste onwaarschijnlijk aangezien Nederlanders een van de best verzekerde mensen op aarde zijn.”

 

Eerste publicatie door Cindrea Limburg op 7 jun 2018

Laatste update: 7 jun 2018